Logo Vlaamse Overheid en Ruimtelijke Ordening

Nieuws

23.08.2012
Op 1 september 2012 wijzigt de rechtspleging voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen

Situering

Bij decreet van 6 juli 2012 wordt Titel IV, Hoofdstuk VIII van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (hierna afgekort tot VCRO) gewijzigd. Dit hoofdstuk heeft betrekking op de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Bedoeling van het decreet is om de Raad sneller tot een uitspraak te laten komen om zo meer rechtszekerheid te bieden. Daarom wordt in dit decreet onder andere de procedure voor de Raad grondig aangepast en krijgt de Vlaamse Regering de delegatie om de procedure voor de Raad verder uit te werken. Dit deed de Vlaamse Regering bij het Besluit van 13 juli 2012 houdende de rechtspleging voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen (B.S. 08/08/2012)(hierna ‘het uitvoeringsbesluit’ genoemd). Zowel de decreetswijziging als het uitvoeringsbesluit zullen in werking treden op 1 september 2012.

Het is het opzet om hieronder een zo volledig mogelijk, maar toch beknopt overzicht te geven van de belangrijkste wijzigingen en vernieuwingen van voormeld decreet.

Belangrijkste wijzigingen aan de VCRO op procedurevlak

• Algemeen kan worden gesteld dat door het decreet de Vlaamse Regering een grote bevoegdheid krijgt om de rechtspleging voor de Raad van Vergunningsbetwistingen te verduidelijken en uit te werken. Zij heeft dit quasi-onmiddellijk gedaan door op 13 juli 2012 reeds het uitvoeringsbesluit te nemen. Zo regelt niet langer het decreet, maar het uitvoeringsbesluit wat er in het verzoekschrift moet staan en welke stukken dienen te worden bijgevoegd.

• Technische wijzigingen

1. De naam van de Raad voor vergunningsbetwistingen wordt gewijzigd naar de Raad voor Vergunningsbetwistingen (met een hoofdletter).

2. Het volledige hoofdstuk van de VCRO dat betrekking heeft op de Raad voor Vergunningsbetwistingen wordt vernummerd. De hieronder vermelde artikelen hebben betrekking op de nieuwe nummering.

• Inhoudelijke wijzigingen

1. Er is voor voorzien in de ‘bestuurlijk lus’ (art. 4.8.4 VCRO): de Raad kan in elke stand van het geding het vergunningverlenende bestuursorgaan de gelegenheid geven om een onregelmatigheid in de bestreden beslissing te herstellen of te laten herstellen. Zo wordt een aaneenschakeling van opeenvolgende beroepen vermeden.
De bestuurlijke lus wordt in het uitvoeringsbesluit verder uitgewerkt onder Titel 2, Hoofdstuk 7, Afdeling 1, art. 38 en 39.

2. Er wordt voorzien in ‘bemiddeling’ (art. 4.8.5 VCRO): indien een vergelijk tussen de partijen mogelijk is, kan de Raad deze opleggen. Bij een akkoord wordt dit door de Raad bekrachtigd.
De bemiddeling wordt in het uitvoeringsbesluit verder uitgewerkt onder Titel 2, Hoofdstuk 7, Afdeling 2, art. 40 t.e.m. 45.

3. Er wordt voorzien in een ‘vereenvoudigde behandeling’ voor wanneer het beroep doelloos is, kennelijk niet-ontvankelijk of de Raad kennelijk onbevoegd is. (art. 4.8.14 VCRO)
Deze vereenvoudigde behandeling wordt in het uitvoeringsbesluit geregeld onder Titel 2, Hoofdstuk 3, art. 16

4. Hoewel het voordien in de praktijk reeds bestond, is afstand van geding door de verzoeker nu expliciet geregeld. (art. 4.8.10 VCRO)

5. Er wordt voorzien in een grondiger regeling aangaande schorsing. (art. 4.8.15 e.v. VCRO) Het beroep tot schorsing dient in hetzelfde beroepschrift als dat ter vernietiging te worden ingediend. Ook wordt er nu een chronologie ingevoerd: daar waar vroeger de schorsingsprocedure en de vernietigingsprocedure naast elkaar verliepen, wordt nu eerst de schorsing en vervolgens de vernietiging behandeld.
I. Wordt de schorsing afgewezen dan dient de verzoeker een verzoek tot voortzetting in te dienen. Indien er geen verzoek tot voortzetting wordt ingediend, dan geldt dit als een onweerlegbaar vermoeden van afstand van geding.
II. Wordt de schorsing toegekend, dan is het de verweerder of de tussenkomende partij die het verzoek tot voorzetting moet indienen. Indien er geen verzoek tot voortzetting wordt ingediend, dan wordt er overgegaan tot een versnelde rechtspleging die tot de vernietiging van de bestreden beslissing leidt. Deze versnelde procedure wordt in het uitvoeringsbesluit geregeld onder Titel 2, Hoofdstuk 5, Afdeling 5, art. 26 en 27

6. De Raad kan een geldboete opleggen variërend van 125 tot 2500 euro, wanneer zij oordeelt dat een ingesteld beroep kennelijk onregelmatig is. (art. 4.8.31 VCRO) Dit wordt verder uitgewerkt onder Titel 2, Hoofdstuk 8, art. 50 van het uitvoeringsbesluit.

7. Er wordt voorzien in een regeling voor de opheffing, de herziening en de verbetering van arresten. (art. 4.8.32 VCRO) Dit wordt verder uitgewerkt onder Titel 2, Hoofdstuk 9, art. 51 van het uitvoeringsbesluit.