Logo Vlaamse Overheid en Ruimtelijke Ordening

Nieuws

21.05.2014
Wijziging Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening

Op 25 april treden een aantal wijzigingen aan de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening in voege. Deze website bevat vanaf 25 april 2014 een aangepaste officieuze coördinatie.

Ruimte Vlaanderen heeft tevens een handleiding gepubliceerd die alle wijzigingen in detail bespreekt (pdf).

 

 

 

Lees hier een bondig overzicht van de wijzigingen:

  • De functies van gedelegeerd stedenbouwkundig ambtenaar en planologisch ambtenaar worden afgeschaft. Hun taken inzake adviesverlening gaan naar het departement. 
     
  • Er zijn extra mogelijkheden voor de aanwijzing van gemeentelijk stedenbouwkundige ambtenaren via contractuele en deeltijdse medewerkers en via intergemeentelijke samenwerking. 
     
  • De specifieke toezichtsregelingen met betrekking tot de PROCORO en GECORO worden vervangen door het algemeen toezicht zoals geregeld in het Gemeente- en Provinciedecreet.
     
  • Het specifiek goedkeuringstoezicht van de Vlaamse Regering over provinciale RUP’s wordt vervangen door een schorsingsmogelijkheid voor de Vlaamse Regering.
    Het specifiek goedkeuringstoezicht van de deputatie over gemeentelijke RUP’s wordt vervangen door een schorsingsmogelijkheid voor de Vlaamse Regering en de deputatie. 
     
  • De mogelijkheid tot delegatie van planningsbevoegdheden door het hogere planningsniveau naar een lager niveau wordt algemeen geldend. De voorwaarde van samenlopende planningsbevoegdheden is dus opgeheven. 
     
  • Gemeentelijke RUP’s kunnen na instemming door de Vlaamse Regering (provincieraad) afwijken van een gewestelijk RUP (provinciaal RUP).
    Provinciale RUP’s kunnen na instemming door de Vlaamse Regering afwijken van een gewestelijk RUP.
     
  • Stedenbouwkundige verordeningen kunnen voortaan 
    • De versterking van de leefbaarheid en de aantrekkingskracht van steden en dorpskernen als onderwerp hebben. 
    • Normen bevatten betreffende de oppervlakte van functies en de afmetingen van gebouwen en constructies.
  • Een overheid kan voortaan het besluit tot definitieve vaststelling van een RUP hernemen om een wettigheidsgebrek te verhelpen. 
     
  • In gebieden voor vervuilende of milieubelastende industrieën met een oppervlakte van 3 ha of minder kunnen voortaan ook ambachtelijke bedrijven en KMO’s worden vergund.
     
  • De “clicheringsregel” is voortaan enkel van toepassing op stedenbouwkundige aanvragen voor windturbines, windturbineparken en andere installaties voor de productie van energie of energierecuperatie. 
     
  • Vergunningsaanvragen voor zonevreemde constructies moeten getoetst worden aan de goede ruimtelijke ordening. Om te voorkomen dat deze toetsing zich beperkt tot een behoud van het architecturaal karakter wordt de expliciete bepaling uit het VCRO in die zin opgeheven.
     
  • Als in een vergunning lasten worden opgelegd die gepaard gaan met het aanleggen van nutsvoorzieningen moet voortaan advies worden gevraagd aan alle nutsmaatschappijen die actief zijn in de betreffende gemeente. 
     
  • Een  verkavelaar moet voortaan zorgen dat alle loten van de verkaveling kunnen aansluiten op alle voorzieningen van openbaar nut.

Verder bevat het wijzigingsdecreet eerder technische bepalingen rond planologische attesten, planbatenheffing, openbare onderzoeken, rooilijnen en de digitalisering van de vergunningsaanvraag.

Er worden een aantal aanpassingen doorgevoerd ten gevolge de uitspraak van het Grondwettellijk hof over het decreet Grond- en Pandenbeleid.

De mogelijkheden om de plannen van een vergunningsaanvraag tijdens de procedure aan te passen worden verruimd. De bevoegdheid van de gemeenteraad over de “zaak der wegen” bij aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning wordt expliciet ingeschreven. 

Enkele bepalingen rond de beroepsprocedures bij vergunningsaanvragen worden aangepast. De heirkrachtregeling voor zonevreemde constructies wordt doorgetrokken naar het voor het duinengebied belangrijk landbouwgebied. Voor Zorgwonen tenslotte sluit de Codex voortaan aan bij de definities van het thans geldende Woonzorgdecreet.