Logo Vlaamse Overheid en Ruimtelijke Ordening

BELEIDSPLAN RUIMTE VLAANDEREN

CONCLUSIES BEVRAGING SLEUTELKWESTIES

Op 4 mei 2012 keurde de Vlaamse Regering het Groenboek voor het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen goed. Het kreeg de titel “Vlaanderen in 2050: Mensenmaat in een Metropool?”.

Het Groenboek gaat uit van Vlaanderens grote troef: de vele, vaak kleine historische steden die dicht bij elkaar liggen. Dat biedt een unieke levenskwaliteit op maat van de mensen. Werk, onderwijs, zorg en cultuur zijn altijd in de buurt; toegankelijke open ruimte ligt in ieders bereik. Als we die troeven willen behouden en zelfs versterken, als we willen vermijden dat Vlaanderen uitgroeit tot één volgebouwde agglomeratie, moeten we zorgvuldig omspringen met de open ruimte die we nu nog hebben.

Het groenboek tekent krijtlijnen uit. Het is een bron van inspiratie, grondstof voor debat. Om een ruime laag van de maatschappij bij dat debat te betrekken, gaf de Vlaamse overheid groepen en individuen de kans om hun mening te geven over 11 sleutelkwesties in het groenboek.

Ruim 10.000 Vlamingen gingen op die vraag in. Daarnaast legde het departement de 11 sleutelkwesties voor aan een representatieve groep van 1.000 Vlamingen. Die konden telkens een score geven van 0 (helemaal niet akkoord) tot 10 (helemaal akkoord). Dat geeft een idee van het draagvlak voor de beleidsvoorstellen die in de sleutelkwesties omschreven werden. De scores boven de 7 wijzen op een tendens om akkoord te gaan met de stelling, 7 of 6 wijst op beperkt draagvlak, 5 op minder op een tendens om niet akkoord te gaan met de stelling.

Resultaten bevraging

Zowel de open enquête als de representatieve steekproef tonen een uitgesproken draagvlak voor de krijtlijnen van de metropool Vlaanderen op mensenmaat die in het groenboek worden geschetst. Met 8 van de 11 stellingen gaan de respondenten akkoord. Twee stellingen hebben beperkt draagvlak en één stelling scoort onvoldoende.

De resultaten van beide groepen lopen in grote lijnen gelijk, al valt op dat de scores van de open bevraging hoger liggen dan die van de representatieve groep. Wellicht voelen spontane respondenten zich meer betrokken bij het onderwerp.

Veel Vlamingen zijn het uitgesproken eens met de stelling dat we de woonomgeving moeten vernieuwen, vooral in de sterk verouderde gordel in de stedelijke regio’s en de verkavelingen uit de jaren 1960-’70 aan de rand van onze steden en gemeenten. De gemiddelde score van de representatieve groep is 7,79. De spontane respondenten gaven een gemiddelde score van 8,14.

Groot is ook de eensgezindheid over de stelling dat we de bebouwde oppervlakte in Vlaanderen op termijn niet meer willen laten toenemen. De gemiddelde score van de groep die spontaan de vragenlijst invulde, bedraagt 8,19 ; voor de representatieve groep ligt het gemiddelde op 7,74.

Soortgelijke maar iets lagere scores vinden we bij de beide groepen terug voor de stellingen “meer doen met minder ruimte”, “een metropool op mensenmaat” , “de juiste activiteit op de juiste plaats”, “hernieuwbare energie de ruimte geven” en “grote stukken open ruimte creëren”.

Voor de stelling “de betekenis van open ruimte verbreden” bestaat voldoende draagvlak (7,27) bij de groep die spontaan de vragenlijst invulde maar is het draagvlak nipt beperkt (6,94) bij de representatieve groep. De stelling houdt in dat we de open ruimte niet alleen inrichten voor landbouw en natuur maar ook voor waterbeheersing, recreatie, hernieuwbare energie, enz.

Beperkt draagvlak is er voor de stellingen “Vlaanderen verbinden met de wereld” en “keuzes maken in suburbane gebieden”.

De stelling die onvoldoende scoort, gaat over het creëren van omgevingen met topklasse. Mogelijk vinden de respondenten dat niet sociaal genoeg. Nochtans zijn zo’n initiatieven nodig om het verschil te maken, om nieuwe plaatsen te creëren met sterke en herkenbare uitstraling. Zo vermijd je kapitaalvlucht en trek je ondernemers, investeerders en talent aan. Extra communiceren met voorbeelden uit het buitenland kan helpen om het draagvlak hiervoor te vergroten.


De verslagen van beide peilingen vindt u HIER en HIER.

Lees hier de resultaten van een enquête onder professionelen (2011)