Logo Vlaamse Overheid en Ruimtelijke Ordening

Betekening van oude vonnissen

De Vlaamse overheid heeft als opdracht toe te zien op de uitvoering van vonnissen en arresten waarbij herstelmaatregelen inzake ruimtelijke ordening werden bevolen.

Hierbij vindt u een overzicht van de meest gestelde vragen over deze herstelmaatregelen, alsook een overzicht om hoeveel betekeningen het gaat.

 

Waarom krijg ik een brief over een oud vonnis? 

U krijgt een brief en/of betekening toegestuurd omdat er tot op heden geen proces-verbaal van uitvoering van de door de rechtbank opgelegde herstelmaatregel  werd opgesteld, hetzij omdat de legaliteit nog niet werd hersteld, hetzij omdat het herstel nog niet werd gemeld bij de stedenbouwkundige inspecteur.

meer info:

Sedert 2000 worden nieuwe vonnissen en arresten waarbij een herstelmaatregel wordt bevolen op een systematische wijze opgevolgd door de bouwinspectie (agentschap Inspectie RWO). Dit houdt o.m. in dat iedere veroordeelde de gerechtelijke uitspraak betekend krijgt onmiddellijk nadat deze uitspraak door de griffie van de rechtbank is bezorgd aan de bouwinspectie. De bouwinspectie blijft de uitspraak vervolgens opvolgen totdat de legaliteit is hersteld – hetzij door  uitvoering te geven aan het rechterlijk bevel, hetzij door het bekomen van een rechtmatige regularisatievergunning (zie verder) - en een proces-verbaal van uitvoering kan worden opgesteld.

Voorheen werden vonnissen en arresten niet systematisch betekend, terwijl de veroordeelden niet altijd hun verplichtingen nakwamen om a) de legaliteit te herstellen en b) het herstel te melden aan de overheid. Wanneer het herstel niet werd gemeld - hetzij omdat de melding van het herstel vergeten werd, hetzij omdat de toestand niet werd hersteld – ontvangt u een brief om u aan uw verplichtingen te herinneren.

Meldingsplicht – Op de persoon die werd veroordeeld tot een herstelmaatregel rust de verplichting om het herstel van de legaliteit te melden aan de stedenbouwkundige inspecteur. Van de overheid kan niet worden verwacht dat zij dagdagelijks ter plaatse controleert of de talloze vonnissen en arresten effectief worden uitgevoerd. Slechts na een melding van uitvoering wordt die ook ter plaatse gecontroleerd. Zolang een veroordeelde het herstel niet meldt, kan er geen proces-verbaal van uitvoering worden opgesteld en mag de overheid veronderstellen dat er nog steeds geen uitvoering is gegeven aan de gerechtelijke herstelmaatregel. Zolang er geen proces-verbaal van uitvoering is opgesteld blijft het onroerend goed waarop de herstelmaatregel rust ook voor het grote publiek bekend als een bouwovertreding. De dagvaarding en de gerechtelijke uitspraak werden immers bij de hypotheekbewaarder overgeschreven. Een notaris weet bv. bij een verkoop via de hypothecaire staat of er een herstelmaatregel op het onroerend goed werd uitgesproken. Enkel een proces-verbaal van uitvoering neutraliseert de voormelde overschrijving. Zolang het proces-verbaal van uitvoering niet in de hypothecaire registers is opgenomen, moet de notaris bij een verkoop (na 8 februari 2004) een afzonderlijke akte opstellen waarin de koper de verplichting op zich neemt de herstelmaatregel uit te voeren, terwijl ook de veroordeelde gehouden blijft het herstel te realiseren. Zolang het herstel niet officieel werd vastgesteld, zal het goed wellicht ook een lagere marktwaarde hebben. Veroordeelden die de legaliteit herstelden hebben er dan ook alle belang bij een herstel alsnog te melden om via een proces-verbaal van uitvoering nodeloze kosten of waardeverlies te voorkomen en rechtszekerheid te creëren (voor henzelf en eventuele kopers).

terug naar overzicht


Waarom krijg ik een brief of betekening m.b.t. een oud vonnis pas na 10, 20 of 30 jaar?

 

De overheid herinnert in alle zaken waarin nog geen proces-verbaal van uitvoering werd opgesteld de veroordeelden aan de door de rechter opgelegde herstelverplichting  (lees meer – link) vooraleer het recht van de overheid om in de plaats van de veroordeelde te treden verjaart.  De betekening heeft als doel om de veroordeelden erop te wijzen dat zij nog steeds uitvoering moeten geven aan hun plicht tot herstel.

meer info: 

Herstelplicht - Niet op de overheid, maar op de veroordeelde rust de herstelplicht. Het feit dat de overheid de uitspraak niet betekende, ontslaat de veroordeelde niet van zijn verplichting om het bevel van de rechter uit te voeren. De herstelplicht ontstaat niet door de betekening, maar door het bevel van de rechter. De overheid kan in de plaats treden van de veroordeelde, wanneer die nalaat het herstel te realiseren. De overheid kan ambtshalve uitvoeren zolang haar recht daartoe niet is verjaard (zie lager – link). Die verjaring kan worden voorkomen door de gerechtelijke uitspraak te betekenen binnen de normale verjaringstermijn. De overheid betekent oude uitspraken dan ook om a) de veroordeelden te herinneren aan hun herstelplicht en b) de rechten op een ambtshalve uitvoering te vrijwaren.

terug naar overzicht


Is er geen sprake van rechtsmisbruik wanneer de overheid na het verstrijken van een lange termijn de veroordeelde aanspreekt om alsnog uitvoering te geven aan de veroordeling? 

Er is geen sprake van rechtsmisbruik, noch van het beginsel van de redelijke termijn omdat de overtreder en niet de overheid tot het herstel van de legaliteit werd veroordeeld. Wanneer de veroordeelde blijft stilzitten terwijl hij tot handelen veroordeeld is, kan hij de overheid geen foutief stilzitten verwijten.

meer info:

Wanneer een stedenbouwkundige herstelmaatregel wordt bevolen, is het in de eerste plaats aan de veroordeelde zelf om de door de rechter opgelegde maatregel uit te voeren. Zodra het rechterlijk bevel tot herstel definitief is, moet de veroordeelde binnen de door de rechter bepaalde termijn tot uitvoering overgaan. Een eventuele gedwongen tenuitvoerlegging is dus het gevolg van de niet-naleving door de overtreder van een definitieve rechterlijke uitspraak die in beginsel vrijwillig door hem moest worden uitgevoerd. De overheid wendt zich immers tot de rechter om de (mede)daders en medeplichtigen van een bouwovertreding te laten veroordelen tot een herstelmaatregel, niet om zichzelf daartoe te horen veroordelen.

Er is geen sprake van een schending van de redelijke termijn, noch van schending van het rechtszekerheidsbeginsel: de veroordeelde weet wat van hem verwacht werd. Er is in tegendeel wel sprake van schending van de beginselen van behoorlijk burgerschap, aangezien de veroordeelde een definitief geworden rechterlijke uitspraak al die tijd gewoon naast zich heeft neergelegd.

terug naar overzicht


Wanneer verjaart het recht van de overheid om ambtshalve een herstelmaatregel uit te voeren? 

Het recht van de overheid om ambtshalve een herstelmaatregel uit te voeren verjaart na verloop van tien jaar ingaande vanaf het verstrijken van de termijn die de rechter aan de veroordeelde toekende. Omdat deze termijn vroeger, d.i. vóór de verjaringswet van 10 juni 1998, dertig jaar bedroeg, geldt er voor oudere uitspraken een overgangsregeling volgens welke deze periode van tien jaar begint te lopen vanaf 27 juli 1998 zonder dat de totale termijn dertig jaar mag overschrijden. Voorbeeld 1: wanneer de hersteltermijn voor de veroordeelde afliep op 15 januari 1992, treedt de verjaring in op 27 juli 2008, d.i. tien jaar na 27 juli 1998. Voorbeeld 2: wanneer de hersteltermijn afliep op 15 januari 1977, verjaarde het recht op ambtshalve uitvoering op 15 januari 2007, omdat op dat ogenblik de maximumtermijn van dertig jaar werd bereikt.

De verjaring kan worden gestuit door bv. een (nieuwe) betekening uit te brengen.

meer info: 

Het recht van de gemachtigde bevoegde overheid om in de plaats van de veroordeelde het door de rechter bevolen herstel door te voeren verjaart conform de regels van artikel 2262bis § 1 van het Burgerlijk Wetboek door verloop van tien jaar. Wanneer vangt deze termijn aan?

De wet van 10 juni 1998 ‘tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de verjaring’, die een einde stelde aan de algemene (burgerlijke) verjaringstermijn van 30 jaar, voorzag in art. 10 in een overgangsregeling, met name dat voor titels die ontstaan zijn vóór haar inwerkingtreding op 27 juli 1998, de nieuwe verjaringstermijn van tien jaar pas begint te lopen vanaf deze datum van inwerkingtreding, met dien verstande dat de totale duur van de verjaringstermijn niet meer dan dertig jaar mag bedragen.

Het aanvangspunt van de verjaringstermijn wordt door artikel 153, 5e lid van het DRO uitdrukkelijk geregeld, waar het bepaalt dat ‘de verjaring van de herstelmaatregel een aanvang (neemt) vanaf het verstrijken van de termijn die de rechtbank, overeenkomstig artikel 149 § 1 , laatste lid bepaalde voor de tenuitvoerlegging ervan’.  Evenwel stelde artikel 2257 van het Burgerlijk Wetboek reeds als algemene regel dat de ‘verjaring niet loopt ten aanzien van een schuldvordering die op een bepaalde dag vervalt, zolang die dag niet verschenen is’.  Ook onder het gemene recht viel het aanvangspunt van de verjaring van de actio judicati m.a.w. reeds samen het einde van de door de rechter toegestane termijn voor vrijwillig herstel.

De verjaring kan worden gestuit door het uitbrengen van een betekening. Vanaf de betekening begint een nieuwe termijn van tien jaar te lopen.

terug naar overzicht


 

Kan ik als erfgenaam tot afbraak verplicht worden?

U kunt als erfgenaam tot afbraak worden verplicht. Als erfgenaam neemt u de rechten en plichten van de erflater over. De herstelplicht die de rechter aan de erflater oplegde bevindt zich in het passief van de erfenis, ongeacht of het goed waarop de herstelplicht slaat zich nog in het actief van de erfenis bevond op het ogenblik dat de erfenis openviel.

meer info:

De opgelegde herstelmaatregel, die burgerlijk van aard is, is ook tegen de erfgenamen persoonlijk uitvoerbaar (art. 877 Burgerlijk Wetboek). Indien het vonnis nog steeds niet is uitgevoerd, zal u als erfgenaam in principe moeten instaan voor de uitvoering van de bevolen herstelmaatregel. Bij een eventuele gedwongen uitvoering door de stedenbouwkundige inspecteur kunnen de kosten hiervan aan u worden doorgerekend in verhouding tot uw aandeel in de nalatenschap. 

terug naar overzicht


 

Kan ik als koper tot afbraak verplicht worden?

Indien u na 8 februari 2004 eigenaar werd van een onroerend goed waarop een herstelmaatregel werd uitgesproken, hebt u, zowel als de veroordeelde, de plicht tot afbraak. De overheid kan u hierop aanspreken.

Indien u vóór 8 februari 2004 eigenaar werd van een onroerend goed waarop een herstelmaatregel rust hebt u hoogstens een contractuele herstelplicht indien u met de verkoper overeenkwam om de herstelmaatregel uit te voeren. De overheid kan u echter niet verplichten om uit te voeren en moet zich richten tot de veroordeelde die, ondanks de verkoop en andersluidende contractuele bepalingen,  verplicht blijft om het rechterlijke bevel uit te voeren. Hij kan daaraan niet ontkomen door het onroerend goed te verkopen. U zult als koper de uitvoering door de veroordeelde moeten gedogen.

meer info:

Het goed waarop een gerechtelijke herstelmaatregel rust is doorverkocht vóór 8 februari 2004. De verkoper (veroordeelde) en de koper kwamen onderling overeen dat de koper moest instaan voor de uitvoering van de herstelmaatregel. Ontslaat de verkoop de verkoper van zijn verplichting tot uitvoering?

De verkoop is een overeenkomst tussen partijen en kan niet worden tegengeworpen aan de overheid. De bepalingen met betrekking tot de subrogatie gelden enkel tussen de contracterende partijen. De overheid dient zich steeds te wenden tot degene(n) die werd(en) veroordeeld, terwijl de koper de afbraak door de veroordeelde of door de overheid moet gedogen.

Ondanks de verkoop blijft de veroordeelde gehouden om het door de rechter opgelegde bevel uit te voeren. Door de verkoop werd de uitvoering weliswaar bemoeilijkt, maar niet onmogelijk gemaakt. De koper moet de uitvoering van de herstelmaatregel door de veroordeelde gedogen. Indien de koper zich verzet tegen de uitvoering, dient de veroordeelde zich te wenden tot een gerechtsdeurwaarder om de uitvoering van de herstelmaatregel te bekomen.

Het feit dat de verkoper niet langer eigenaar is van het goed waarop de herstelmaatregel werd uitgesproken, ontslaat hem niet van de verplichting die de rechter hem oplegde. Hij kan door het afsluiten van een overeenkomst niet ontkomen aan zijn veroordeling.

Een herstelvordering kan worden opgelegd aan al wie wordt vervolgd, hetzij als dader, mededader of medeplichtige. Het is van geen belang of zij eigenaar zijn of niet.  Zij allen kunnen ook worden veroordeeld tot het uitvoeren van de door de overheid gekozen herstelmaatregelen, zelfs als zij geen eigenaar zijn (Cass. 19 september 1989, Arr.Cass. 1989-90, 80; T. Gem 1990, 222; Pas. 1990, I, 73; R.W. 1989-90, 777, met noot A.VANDEPLAS).

Dit is mogelijk omdat een herstelvordering essentieel in rem (op de zaak) en niet ad personam (naar de persoon) is gericht; de vordering heeft uiteindelijk maar één finaliteit, namelijk het beëindigen van een wederrechtelijke toestand. Het herstel is het noodzakelijke gevolg van de gesanctioneerde inbreuk en strekt zich uit tot al diegenen die de inbreuk hebben gepleegd.

Het feit dat een niet-(meer)-eigenaar die veroordeeld werd tot het herstel van de plaats in de vorige staat moet overgaan tot afbraak van andermans goed, is volgens het Hof van Cassatie niet strijdig met het recht van natuurlijke of rechtspersonen op het ongestoord genot van hun eigendom zoals vervat in art. 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij het E.V.R.M.

Het tweede lid van voormeld artikel bepaalt dat het recht op ongestoord genot op geen enkele wijze het recht van de Staat aantast om die wetten toe te passen welke zij noodzakelijk acht om toezicht uit te oefenen op het gebruik van eigendom in overeenstemming met het algemeen belang.

De maatregel van het herstel van de plaats voldoet aan dit criterium. Dit is immers geen straf, maar een bijzondere vorm van vergoeding of teruggave die de handhaving van de stedenbouwkundige regelgeving beoogt. Deze maatregel heeft als doel om een einde te stellen aan de toestand veroorzaakt door het bouwmisdrijf.

De naleving van het bevel van de rechter tot herstel in de vorige staat door een niet-eigenaar maakt dan ook geen onwettige inbreuk uit op het eigendomsrecht van de eigenaar van een onroerend goed. 

De overheid verhaalt de kosten van een eventuele ambtshalve uitvoering in elk geval op de veroordeelde, niet op de koper, ook al kwamen de verkoper en de koper onderling overeen dat de koper de kosten zou dragen. De verkoper en de koper moeten  onderling de zaken die zij overeenkwamen regelen.

Het goed waarop een gerechtelijke herstelmaatregel rust is doorverkocht na 8 februari 2004.  Kan de overheid u als koper aanspreken om de herstelmaatregel uit te voeren?

Wanneer een onroerend goed waarop een gerechtelijke herstelmaatregel rust na 8 februari 2004 wordt doorverkocht moet de notaris een afzonderlijke akte opstellen waarin de koper er zich toe verbindt om de opgelegde herstelmaatregel uit te voeren, onverminderd de verplichting van de veroordeelde. De overheid ontvangt een afschrift van deze akte. De overheid kan zich zowel tot de veroordeelde als de koper richten om de uitvoering te bekomen. Tot de veroordeelde op basis van de rechterlijke uitspraak, tot de koper op basis van de notariële akte. De overheid kan de kosten van een eventuele ambtshalve uitvoering verhalen op de koper.

terug naar overzicht


De verkoper had me niets verteld over een veroordeling. Kan ik schadevergoeding verkrijgen? 

Wanneer u de verkoper geen kennis gaf van een overtreding of een veroordeling kunt u als koper de vernietiging van de verkoop en de teruggave van de koopprijs vragen, alsook een vergoeding voor de schade die u door de aankoop en de vernietiging van de koop heeft geleden.

Wanneer u op het ogenblik dat de notariële akte wordt verleden kennis krijgt van de overtreding of de veroordeling kunt u niet langer de vernietiging van de verkoop eisen wanneer u in de notariële akte verzaakte aan het recht de vernietiging te vorderen (artikel 162 DRO).

terug naar overzicht


Wanneer wordt het herstel als uitgevoerd beschouwd? 

Het herstel wordt als uitgevoerd beschouwd indien u hetzij het rechterlijk bevel integraal uitvoerde, hetzij een regelmatige regularisatievergunning verkreeg die het geheel van de illegale feiten dekt en u alle voorwaarden van deze regularisatievergunning correct heeft nageleefd.

terug naar overzicht


Hoe kan ik weten of voor een overtreding een regularisatievergunning kan worden bekomen? 

De stedenbouwkundige inspecteur kan niet oordelen of een regularisatievergunning kan worden afgegeven. Daarvoor dient u zich te wenden tot de vergunningverlenende overheid en dus in eerste instantie tot uw gemeentebestuur. Een regularisatievergunning kan slechts worden afgegeven wanneer de uitgevoerde werken niet strijdig zijn met de actueel van toepassing zijnde voorschriften en verenigbaar zijn met de plaatselijke ruimtelijke ordening.

terug naar overzicht


Heeft het zin dat ik een regularisatievergunning aanvraag wanneer er een rechterlijke herstelmaatregel werd uitgesproken? 

Het aanvragen van een vergunning en de beslissing over deze aanvraag door de vergunningverlenende overheid neemt enige tijd in beslag. De termijn waarbinnen u het herstel moet doorvoeren en waarna er – indien u tevens tot dwangsommen werd veroordeeld - dwangsommen verbeuren, wordt niet opgeschort door de aanvraag. De aanvraag gebeurt m.a.w. op eigen risico , d.w.z. a) de uitspraak zal worden betekend, b) de dwangsommen zullen verbeuren totdat een regularisatievergunning, die het geheel van de illegale feiten dekt, wordt bekomen, c) er kan een wettelijke hypotheek op uw onroerend goed worden ingeschreven ter vrijwaring van de kosten van een eventuele ambtshalve uitvoering, d) de overheid kan reeds advies vragen aan de Hoge Raad voor het Herstelbeleid om de procedure voor de ambtshalve uitvoering op te starten . Daarom kunt u zich best eerst bij uw gemeentebestuur informeren over de regulariseerbaarheid van de overtreding.

terug naar overzicht


 

Wanneer kan de overheid de werken in uw plaats uitvoeren?

De stedenbouwkundige inspecteur of het college van burgemeester en schepenen kan de werken waartoe u veroordeeld werd slechts uitvoeren wanneer de hersteltermijn die de rechter u toekende is verstreken. De stedenbouwkundige inspecteur kan de ambtshalve uitvoering slechts opstarten nadat hij een positief advies heeft gekregen van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid. Het college van burgemeester en schepenen heeft geen advies nodig. Wanneer de Hoge Raad voor het Herstelbeleid de stedenbouwkundige inspecteur geen toelating (geen positief advies) geeft voor het opstarten van de ambtshalve uitvoering, ontslaat u dit niet van de herstelplicht die u bij persoonlijke veroordeling door de rechter werd opgelegd. Ook de dwangsommen blijven lopen zolang de dwangsomrechter de onmogelijkheid tot uitvoering niet heeft vastgesteld.

terug naar overzicht


Dit is een bondige samenvatting in zo begrijpbaar mogelijke taal van de decreetsteksten. Ze is niet volledig en heeft uiteraard geen juridische waarde.

VLAAMSE OVERHEIDSDIENSTEN ACTIEF ROND handhaving

U bent nu op de site van Departement Omgeving, als departement van de Vlaamse Overheid belast met de beleidsondersteuning van de minister bevoegd voor ruimtelijke ordening, ook voor wat betreft handhaving. Het Handhavingsplan heeft hierin een centrale plaats.

Inspectie Ruimtelijke ordening en Onroerend erfgoed

De afdeling Inspectie en Handhaving ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed treedt strafrechtelijk en administratief op tegen bouwovertredingen. Bezoek de website van deze afdeling.

Hoge Raad voor Handhavingsuitvoering

De Hoge Raad voor het Handhavingsuitvoering (HRH) behandelt adviesvragen van gemeenten, stedenbouwkundig inspecteurs of rechters omtrent herstelmaatregelen bij overtredingen. Bezoek de website van de Hoge Raad voor Handhavingsuitvoering.

Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu

Met het decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning, kortweg handhavingsdecreet, werd de Vlaamse Hoge Raad voor de Milieuhandhaving omgevormd tot de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu (VHRM)