zorgwonen OF KANGOEROEWONEN

Achtergrond

Meer-generatie-wonen (grootouders, ouders en kinderen) was vroeger zeer gebruikelijk. In de loop van vorige eeuw werden woningen meer en meer bewoond door het "klassieke" gezin (ouders en jonge kinderen). De stedenbouwwetgeving speelde daar op in door in bepaalde gebieden die samenlevingsvorm zelfs op te leggen. Een paar voorbeelden:

- vele verkavelingen bestemmen de loten enkel voor eengezinswoningen
- bij zonevreemde woningen (woningen in bijvoorbeeld agrarisch gebied) mag het aantal woongelegenheden niet verhogen.

Er stelde zich geen probleem als grootouders gewoon kwamen inwonen en sliepen in een slaapkamer van de woning. Want dat werd en wordt nog steeds als eengezinswoning aanzien (ook al woonden er drie generaties in). Een gehandicapte broer opvangen in een slaapkamer van jouw woning was ook geen stedenbouwkundig probleem. Dat wordt ook nog steeds als één gezin beschouwd.

Maar vele mensen willen wel de grootouders of de zieke broer of zus in huis opnemen, maar zijn gesteld op hun eigen privacy. En dan kwam de behoefte aan min of meer onafhankelijk functionerende woningonderdelen. Een deel van het gelijkvloers wordt klaar gemaakt voor de ouders, die een aparte woonkamer, keuken en toegangsdeur krijgen. En op den duur kan je je afvragen of er niet gewoon een appartement bij gemaakt wordt. En dat was een probleem (want niet vergunbaar) in die verkavelingen en zonevreemde woningen.

Regeling

Om deze problemen op te lossen werd het zorgwonen in regelgeving vastgelegd. Men spreekt van zorgwonen als voldaan is aan al volgende voorwaarden:

  • In een bestaande woning wordt 1 ondergeschikte wooneenheid gecreëerd
  • De ondergeschikte wooneenheid vormt 1 fysiek geheel met de hoofdwooneenheid
  • De ondergeschikte wooneenheid, de ruimten die gedeeld worden met de hoofdwooneenheid niet meegerekend, maakt ten hoogste een derde uit van het bouwvolume van de volledige woning
  • De eigendom of ten minste de blote eigendom van hoofd- en ondergeschikte berust bij dezelfde titularis of titularissen
  • De creatie van de ondergeschikte wooneenheid gebeurt met het oog op het huisvesten van
    • 1. Hetzij ten hoogste 2 ouderen van 65 jaar of ouder
    • 2. Hetzij ten hoogste 2 hulpbehoevende personen (personen met een handicap, personen die in aanmerking komen voor een vergoeding van de Vlaamse zorgverzekering, personen met een nood aan ondersteuning om zich in het thuismilieu te kunnen handhaven)
    • 3. Hetzij de zorgverlener indien de personen, vermeld in punt 1 of 2, gehuisvest blijven in de hoofdwooneenheid

Van zodra 1 van de ouderen 65 of ouder is, is voldaan aan deze wetgeving. Een koppel waarbij 1 van de ouderen de leeftijdsgrens van 65 nog niet heeft bereikt sluit de toepassing van dit artikel niet uit.

Vergunning nodig?

A. Het maken van een zorgwoning is bij decreet vrijgesteld van de vergunningsplicht, op voorwaarde dat dit gebeurt binnen het bestaande bouwvolume. Wanneer u geen constructieve werken uitvoert, is noch een stedenbouwkundige melding, noch een stedenbouwkundige vergunning nodig. 

B. De vrijstelling van stedenbouwkundige vergunning geldt ook wanneer constructieve werken nodig zijn. In dat geval geldt de stedenbouwkundige meldingsplicht. Hiervoor kan gebruikt gemaakt worden van het meldingsformulier zorgwonen (DOC)

C. Wordt de woning uitgebreid, dan geldt de vrijstelling niet. Een stedenbouwkundige vergunning is dan nodig.

 

Na het beëindigen van de zorgsituatie

Als een bestaande zorgwoning, na het beëindigen van de zorgsituatie, terug aangewend wordt voor de huisvesting van 1 gezin, dan is dit meldingsplichtig. Deze meldingsplicht geldt zowel in geval A, B als C. U gebruikt hetzelfde meldingsformulier als hierboven.

Als een bestaande zorgwoning, na het beëindigen van de zorgsituatie, aangewend zal worden voor de huisvesting van meerdere gezinnen of alleenstaanden, dan is hiervoor een stedenbouwkundige vergunning nodig. Het opsplitsen van een woning in meerdere wooneenheden die niet dienen voor zorgwonen is immers altijd vergunningsplichtig. 

 

Opname in het Rijksregister

Alle inwoners moeten in het Rijksregister worden opgenomen. In het geval van zorgwonen is daarvoor een speciale code voorzien. Dit kan in sommige gevallen financieel voordelig zijn. De federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken is bevoegd voor het Rijksregister.

 © 2016 Ruimte Vlaanderen -