Procedure aanvraag nieuwe verkaveling

 
1. Samenstellen van het aanvraagdossier

U mag dus zelf het dossier opstellen. De meeste mensen kiezen er echter voor om dit door een gespecialiseerd persoon te laten doen: een architect, een landmeter, een stedenbouwkundige...

2. Indienen van het aanvraagdossier

U (of de persoon die uw dossier heeft opgesteld, als u hem daarvoor een volmacht geeft) dient de aanvraag op het gemeentehuis in. De aanvraag kan ook met een aangetekende brief worden verzonden. In sommige gemeenten zal men de aanvraag ook elektronisch of semi-elektronisch kunnen indienen.

3. Behandeling van de aanvraag in eerste aanleg

Hebt u uw dossier aan het loket afgegeven? U krijgt dadelijk een ontvangstbewijs.

3.a. volledigheidscontrole
De gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaar of zijn gemachtigde gaat na of de vergunningsaanvraag ontvankelijk en volledig is. In niet-ontvoogde gemeenten die nog niet over een gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaar beschikken, wordt dit ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek gevoerd door de gemeentelijke administratie.

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek wordt u bezorgd, normalerwijze binnen veertien dagen, ingaand de dag na deze waarop de aanvraag werd ingediend.

Het verdere verloop van de procedure in eerste aanleg en de beroepsprocedure gelden alleen ten aanzien van ontvankelijke en volledige aanvragen.

3.b. openbaar onderzoek
Voor alle verkavelingsaanvragen wordt een openbaar onderzoek georganiseerd, behalve als de aanvraag ligt binnen een bijzonder plan van aanleg (bpa) of binnen een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (rup). Dat onderzoek gebeurt om na te gaan of er burgers zijn die bezwaren hebben tegen uw project. De volledige procedure is uitgewerkt in een besluit van de Vlaamse Regering.

Het schepencollege zal zich moeten uitspreken over die bezwaren. Hebben de klagers gelijk of niet? Bezwaren leiden dus niet automatisch tot een weigering van uw aanvraag.

3.c. adviezen inwinnen
Soms moet de gemeente adviezen inwinnen over een verkavelingsaanvraag.
De verplichte adviezen zijn vermeld in een besluit van de Vlaamse Regering .

3.d. advies van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar
In de ontvoogde gemeenten moet het advies van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar niet worden ingewonnen.
In de niet ontvoogde gemeenten moet over de meeste aanvragen het advies van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar worden ingewonnen.

Welke gemeenten ontvoogd zijn, vindt u hier.

Het advies van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar is bindend, als het negatief is of voorwaarden oplegt. Het wordt uitgebracht binnen een vervaltermijn van dertig dagen, ingaand de dag na deze van de ontvangst van de adviesvraag. Als deze termijn wordt overschreden, kan aan de adviesvereiste voorbij worden gegaan.

3.e. beslissing van het schepencollege
De gemeente zal uw aanvraag beoordelen, rekening houdend met:

  • de eventuele bezwaren
  • de eventuele adviezen
  • de voorschriften van gewestplan, bijzonder plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan 
  • de mogelijke hinder voor de buurt (privacy, inkijk, bouwdiepte, terreinbezetting, ...).

Het college van burgemeester en schepenen neemt over de vergunningsaanvraag een beslissing binnen een vervaltermijn van honderdvijftig dagen.

De vervaltermijnen gaan in de dag na deze waarop het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek aan de aanvrager wordt verstuurd. Zij gaan echter steeds ten laatste in op de dertigste dag na deze waarop de aanvraag werd ingediend.

Indien geen beslissing wordt genomen binnen de vervaltermijn, wordt de aanvraag geacht afgewezen te zijn.

U krijgt een afschrift van de uitdrukkelijke beslissing of een kennisgeving van de stilzwijgende beslissing binnen een ordetermijn van tien dagen per beveiligde zending. 

Een mededeling die te kennen geeft dat de vergunning is verleend, wordt door u gedurende een periode van dertig dagen aangeplakt op de plaats waarop de ver­gunningsaanvraag betrekking heeft. U brengt de gemeente onmiddellijk op de hoogte van de startdatum van de aanplakking.

De gemeentesecretaris of zijn gemachtigde waakt erover dat tot aanplakking wordt over­gegaan binnen een termijn van tien dagen te rekenen vanaf de datum van de ontvangst van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen.

De gemeentesecretaris of zijn gemachtigde levert op eenvoudig verzoek van elke belang­hebbende een gewaarmerkt afschrift van het attest van aan­plakking af.

Krijgt u een vergunning, dan mag u van de vergunning gebruik maken als u niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag van aanplakking, op de hoogte werd gebracht van de instelling van een administratief beroep.

Een door de gemeente gewaarmerkt afschrift van de vergunning en het bijhorende dossier ligt tijdens de duur van de werkzaamheden in uitvoering van de vergunning ter beschikking op de plaats die het voorwerp uitmaakt van de vergunning.

4. Beroep bij de deputatie

Alle tijdig ingestelde beroepen tegen beslissingen van het schepencollege schorsen de uitvoering van de vergunning.

4.a. door de aanvrager
U kunt als vergunningsaanvrager beroep instellen tegen elke beslissing van het schepencollege, ook tegen een stilzwijgende weigering.

De regeling van het beroep staat in artikel 4.7.21. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

4.b. door derden
Er kan beroep worden ingediend door elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die rechtstreekse of onrechtstreekse hinder of nadelen kan ondervinden ingevolge de bestreden beslissing. En ook door procesbekwame verenigingen die optreden namens een groep wiens collectieve belangen door de bestreden beslissing zijn bedreigd of geschaad, voor zover zij beschikken over een duurzame en effectieve werking overeenkomstig de statuten.
De regeling van het beroep staat in artikel 4.7.21. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

4.c. door administraties
De leidend ambtenaren van Ruimte Vlaanderen en van de instanties die een verplicht advies hebben uitgebracht kunnen beroep instellen tegen elke vergunning verleend door het schepencollege.

De regeling van het beroep staat in artikel 4.7.21. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

4.d. de dossiervergoeding
Om ontvankelijk te zijn, dient bij het beroepschrift het bewijs van betaling van de dossiervergoeding gevoegd te zijn, behalve als het beroep uitgaat van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar, de adviesverlenende instanties of in geval van beroep tegen een stilzwijgende weigering.

De dossiervergoeding bedraagt 62,5 euro.

De dossiervergoeding wordt gestort op een rekening van de provincie. Vraag bij de provincie het juiste rekeningnummer en de op te nemen vermelding.

4.e. de hoorzitting
De betrokken partijen worden op hun verzoek door de deputatie gehoord (schriftelijk of mondeling).

4.f. de beslissing van de deputatie
De deputatie neemt haar beslissing binnen een vervaltermijn van vijfenzeventig dagen, die ingaat de dag na deze van de betekening van het beroep. Deze vervaltermijn wordt verlengd tot honderdvijf dagen, indien toepassing wordt gemaakt van het mondelinge of schriftelijke hoorrecht.

Indien geen beslissing wordt genomen binnen de toepasselijke vervaltermijn, wordt het beroep geacht afgewezen te zijn.

Een afschrift van de uitdrukkelijke beslissing of een kennisgeving van de stilzwijgende beslissing wordt binnen een ordetermijn van tien dagen gelijktijdig en per beveiligde zending bezorgd aan de indiener van het beroep en aan de vergunningsaanvrager. 

Een mededeling die te kennen geeft dat de vergunning is verleend, wordt door u gedurende een periode van dertig dagen aangeplakt op de plaats waarop de ver­gunningsaanvraag betrekking heeft. U brengt de gemeente onmiddellijk op de hoogte van de startdatum van de aanplakking.

De gemeentesecretaris of zijn gemachtigde waakt erover dat tot aanplakking wordt over­gegaan binnen een termijn van tien dagen te rekenen vanaf de datum van de ontvangst van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen.

De gemeentesecretaris of zijn gemachtigde levert op eenvoudig verzoek van elke belang­hebbende een gewaarmerkt afschrift van het attest van aan­plakking af.

Van een vergunning, afgegeven door de deputatie, mag gebruik worden gemaakt vanaf de zesendertigste dag na de dag van aanplakking. Hetzelfde geldt voor de vergunning, afgegeven door het college van burgemeester en schepenen, waartegen het beroep door de deputatie stilzwijgend is afgewezen.

5. Beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen

De beroepen bij de Raad kunnen door volgende belanghebbenden worden ingesteld:

1° de aanvrager van de vergunning;
2° de bij het dossier betrokken vergunningverlenende bestuursorganen;
3° elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die rechtstreekse of onrechtstreekse hinder of nadelen kan ondervinden ingevolge de vergunningsbeslissing;
4° procesbekwame verenigingen die optreden namens een groep wiens collectieve belangen zijn bedreigd of geschaad, voor zover zij beschikken over een duurzame en effectieve werking overeenkomstig de statuten;
5° de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar;
6° de bij het dossier betrokken adviserende instanties.

De belanghebbende aan wie kan worden verweten dat hij een voor hem nadelige vergunningsbeslissing niet heeft bestreden door middel van het beroep bij de deputatie, wordt geacht te hebben verzaakt aan zijn recht om zich tot de Raad te wenden.

De beroepen worden ingesteld binnen een vervaltermijn van 45 dagen, die ingaat als volgt:

a) hetzij de dag na deze van de betekening, wanneer dergelijke betekening vereist is,
b) hetzij de dag na deze van de startdatum van de aanplakking, in alle andere gevallen;

De beroepen worden ingesteld bij wijze van verzoekschrift.

Voor meer informatie hierover, zie artikel 4.8.1. en volgende van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

Relevante regelgeving
  • Vlaamse Codex RO
  • ...
 © 2016 Ruimte Vlaanderen -