Logo Vlaamse Overheid en Ruimtelijke Ordening

3. Aanduiding van gebieden als watergevoelig openruimtegebied met het oog op de bescherming van de belangen van het watersysteem (signaalgebieden) 

Vnl. art. 5.6.8 en 5.6.9 VCRO 

Via het wijzigingsdecreet wordt de mogelijkheid voorzien dat de Vlaamse Regering bij besluit gebieden aanduidt als watergevoelig openruimtegebied.  
Dit beleid bouwt verder op de eerdere beslissingen van de Vlaamse Regering met betrekking tot signaalgebieden. 
Signaalgebieden zijn nog niet ontwikkelde gebieden met een harde gewestplanbestemming (woongebied, industriegebied,...) die ook een functie kunnen vervullen in de aanpak van wateroverlast omdat ze kunnen overstromen of omdat ze omwille van specifieke bodemeigenschappen als een natuurlijke spons fungeren.  

Op voorstel van de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW) nam de Vlaamse Regering al beleidsbeslissingen over 235 signaalgebieden, waarbij na grondige gebiedsgerichte analyse geoordeeld werd in welke delen overstromingsveilig bouwen mogelijk is en welke delen best herbestemd worden om bebouwing te vermijden .  

Een aanduiding als watergevoelig openruimtegebied wordt voorafgegaan door een openbaar onderzoek en heeft als gevolg dat de bij decreet vastgelegde stedenbouwkundige voorschriften (artikel 5.6.8, §3) van toepassing worden, en de voordien geldende bestemming wordt opgeheven.  

Binnen de aangeduide watergevoelige open ruimtegebieden zijn waterbeheer, natuurbehoud, bosbouw, landschapszorg, landbouw en recreatie nevengeschikte functies. Er wordt geopteerd om een breed gamma aan functies die compatibel kunnen zijn met het overstromingsregime in de watergevoelige open ruimtegebieden toe te laten. De procedure is daarom ook fundamenteel anders van aard dan een planningsproces dat gericht is op het gebiedsgericht afwegen van een waaier aan diverse bestemmingen, functies en voorschriften voor een gebied. Het gaat hier immers enkel om de afweging of een gebied – waarvan objectief vaststaat dat er een risico is op overstromingen – nog geschikt is voor bebouwing en verharding of niet. 

De eigenaars kunnen op basis van een aantal criteria in aanmerking komen voor een vergoeding voor de bestemmingswijziging van hun grond. Zonder bestemmingswijziging kunnen momenteel eigenaars die geen bouwvergunning krijgen, bijvoorbeeld als gevolg van een negatieve watertoets, immers niet vergoed worden. Deze vergoedingsregeling is dezelfde als de planschaderegeling bij RUP’s. De vergoedingsregeling wordt momenteel herzien via het instrumentendecreet. De procedure voor de aanduiding van watergevoelige openruimtegebieden treedt pas in werking op het moment dat duidelijkheid is over deze nieuwe vergoedingsregeling. 

Gevolgen op het vlak van vergunningen 
Als een gebied aangeduid wordt als watergevoelig openruimtegebied, heeft dit gevolgen op wat er in dit gebied vergund kan worden. 

Binnen de aangeduide gebieden zijn waterbeheer, natuurbehoud, bosbouw, landschapszorg, landbouw en recreatie nevengeschikte functies.  

Niet alle handelingen binnen deze functies zijn echter toegelaten.  

Alleen de volgende handelingen die nodig of nuttig zijn voor vermelde functies, zijn toegelaten: 

  1. het aanbrengen van kleinschalige infrastructuur gericht op de sociale, educatieve of recreatieve functie van het gebied, waaronder sanitaire gebouwen of schuilplaatsen van één bouwlaag met een oppervlakte van ten hoogste 100 m² met uitsluiting van elke verblijfsaccommodatie; 
  2. het aanleggen, herstellen, heraanleggen of verplaatsen van openbare wegen en nutsleidingen. Openbare wegen en nutsleidingen kunnen aangelegd of verplaatst worden voor zover dat noodzakelijk is voor de kwaliteit van het leefmilieu, het beheer van het landschap, het herstel en de ontwikkeling van de natuur en het natuurlijke milieu, de openbare veiligheid of de volksgezondheid; 
  3. het aanbrengen van kleinschalige infrastructuur gericht op het gebruik van het gebied voor landbouw of hobbylandbouw;  
  4. handelingen die nodig of nuttig zijn om overstromingen te beheersen of wateroverlast buiten de natuurlijke overstromingsgebieden te voorkomen. 

Bovendien zijn deze handelingen alleen toegelaten voor zover de ruimtelijk-ecologische draagkracht en de waterbeheersfunctie van het gebied niet wordt overschreden. 

De mogelijkheden om af te wijken van stedenbouwkundige voorschriften of om rekening te houden met ontwerpen van stedenbouwkundige voorschriften, zijn van overeenkomstige toepassing in de aldus aangeduide gebieden.  Dat maakt het ook mogelijk om voor werken van algemeen belang af te wijken van het voorschrift. (onder toepassing van Artikel 4.4.7. §2)

De aanduiding als watergevoelig openruimtegebied doet geen afbreuk aan definitief verleende stedenbouwkundige vergunningen of omgevingsvergunningen voor stedenbouwkundige handelingen.  
De aanduiding heft echter wel de voordien geldende bestemming, vastgelegd in het geldende plan van aanleg of RUP op. Voor eventuele bestaande constructies die liggen binnen aangeduide gebieden, gelden de regels van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening met betrekking tot de zonevreemde basisrechten.  

Onbebouwde delen van niet-vervallen verkavelingsvergunningen of omgevingsvergunningen voor het verkavelen van gronden die liggen binnen de perimeter van een watergevoelig openruimtegebied vervallen van rechtswege.  

Ook principiële akkoorden die afgegeven werden voor gronden die binnen de perimeter van een watergevoelig openruimtegebied liggen, vervallen van rechtswege.  

Gevolgen op het vlak van planning 
De gebieden die zijn aangeduid als watergevoelig openruimtegebied worden opgenomen in de ruimteboekhouding onder de categorie “overig groen”. 

Voor de gebieden die zijn aangeduid als watergevoelig openruimtegebied kan een gewestelijk, provinciaal of gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan worden opgemaakt met andere toegelaten functies, zoals hierboven weergegeven, in zoverre bij de opmaak van dit RUP wel rekening gehouden wordt met het conflict dat bestaat tussen de verdere realisatie van de bestemming en de belangen van het watersysteem.  

Er kan geen RUP worden opgemaakt waarvan de stedenbouwkundige voorschriften andere of ruimere bebouwing toelaten dan deze hierboven vermeld.  

Deze RUP’s geven geen aanleiding tot planschade, planbaten of kapitaalschade.  

De Vlaamse Regering kan voor definitief vastgestelde RUPS, opgemaakt in het kader van de beleidsbeslissingen van de Vlaamse Regering over de signaalgebieden, beslissen om de daaruit resulterende planschadevergoeding volledig aan te rekenen op het Rubiconfonds.  
Gemeenten en provincies die reeds een RUP opmaakten, komen op die manier in aanmerking voor dezelfde financiële tegemoetkoming voor eventuele planschade.  

Procedure tot aanduiding van watergevoelige openruimtegebieden 
De aanduiding van watergevoelige openruimtegebieden kent een uitgebreid voortraject via de signaalgebieden.  

Voorafgaand aan de aanduiding wordt er advies ingewonnen van de bevoegde waterbeheerder(s), de deputatie, de gemeenteraden en de gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening van de gemeenten waar de voor aanduiding in aanmerking komende gebieden gelegen zijn.  

Op het moment van voorbereiding van de aanduiding van een specifiek gebied, of uiterlijk bij de decretaal voorziene consultatie van onder meer het gemeente- en provinciebestuur, zal er afgestemd worden met lopende planningsprocessen en beleidsintenties.  

Voor de aanduiding van een watergevoelige openruimtegebied zal er steeds een openbaar onderzoek van 60 dagen worden georganiseerd. Aldus hebben eigenaars en andere belanghebbenden inspraak bij de aanduiding, analoog aan de inspraakprocedures bij RUP’s.  

De Vlaamse Regering moet de concrete modaliteiten van het openbaar onderzoek vastleggen in een besluit. 

Het besluit waarmee de Vlaamse Regering een gebied of gebieden aanduidt als watergevoelig openruimtegebied, wordt bekend gemaakt in het Belgisch Staatsblad. En 14 dagen na publicatie ervan treedt de aanduiding in werking.  

Vergoedingen 
Wie eigenaar is van een grond die in een watergevoelige openruimtegebied ligt, kan een vergoeding bekomen.  

De vraag tot vergoeding wordt beoordeeld en behandeld overeenkomstig de criteria en de regeling van de planschadevergoeding. 

Terug