Logo Vlaamse Overheid en Ruimtelijke Ordening

18. Handhaving 

Wijzigingen aan de artikelen van de VCRO vóór inwerkingtreding van het decreet betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning van 25 april 2014 VCRO – deze artikelen worden bij de inwerkingtreding van dit laatste decreet in het voorjaar van 2018 vervangen of overgeheveld (zie verder onder nr. 29) 

VCRO art. 6.1.1, 8° (nieuw : handhaving op WORG’s), art. 6.1.6 ,§2 en titel VI, hoofdstuk I, afdeling 4, sectie 4 (dwangsombevoegdheid Hoge Raad), art. 6.1.49 (administratieve beboeting stakingsbevel)  

1. Voor het watergevoelig openruimtegebied (WORG) is een nieuwe regeling uitgewerkt in artikel 5.6.8 VCRO (zie hoger onder nr. 3). Hierop is ook handhaving voorzien voor de handelingen die niet zijn toegelaten in deze gebieden of die bepaalde voorwaarden schenden. De handhaving kan pas een aanvang nemen nadat deze gebieden zijn aangeduid.  

2. De dwangsombevoegdheid van de Hoge Raad wordt opgeheven na een arrest van het Grondwettelijk Hof.  

3. Er kan nu opnieuw een administratieve geldboete worden opgelegd bij de doorbreking van het stakingsbevel in de periode tussen het opleggen van het stakingsbevel en het bekrachtigen ervan. De hogere rechtspraak was tot conclusie gekomen dat er pas bij de vaststelling van een doorbreking nà de bekrachtiging van het stakingsbevel een boete kon opgelegd worden, wat nooit de bedoeling van de decreetgever is geweest. Er is nu uitdrukkelijk bepaald dat dit kan “vanaf het geven van het bevel tot staking”. Dit heeft belangrijke gevolgen voor het moment en de manier van vaststellen van de doorbreking, want men hoeft in functie van de administratieve geldboete niet langer te wachten op de bekrachtiging om de doorbreking nuttig vast te stellen.  

4. De gewestelijke stedenbouwkundige inspecteurs dienen ermee rekening te houden dat de kwestie of de termijn voor het indienen van een verzoek tot kwijtschelding, vermindering of uitstel bij een administratieve geldboete een termijn van orde dan wel een vervaltermijn is, uitdrukkelijk is beantwoord in de regelgeving. De termijn wordt verlengd van 15 naar 30 dagen en is een ordetermijn. Het later indienen van een verzoek is dus mogelijk. Hierbij is wel voorzien dat uitvoeringskosten die inmiddels tot aan het indienen van het verzoek worden gemaakt, verschuldigd blijven.  

Terug