Logo Vlaamse Overheid en Ruimtelijke Ordening

15. Hobbystallen voor weidedieren 

Zie ook: Lijst van veelgestelde vragen

VCRO 4.4.8/2  

Het wordt mogelijk om, onder bepaalde voorwaarden, 1 stal voor weidedieren die geen betrekking heeft op een effectief beroepslandbouwbedrijf op te richten in een gebied met een gebiedsaanduiding die tot de categorie landbouw behoort. 

Voor deze wijziging konden nieuwe stallen voor het houden van paarden of andere weidedieren in functie van hobbylandbouw niet vergund worden in agrarisch gebied, omdat deze als strijdig werden beschouwd met deze bestemming. 

Het wijzigingsdecreet maakt het mogelijk om in agrarisch gebied, zowel volgens de plannen van aanleg (APA - BPA – gewestplan) als volgens de ruimtelijke uitvoeringsplannen, één stal voor weidedieren te vergunnen die niet in functie staat van beroepslandbouw per hoofdzakelijk vergunde residentiële woning of bedrijfswoning.  

Dit is enkel mogelijk voor zover er geen bestaande stallingsmogelijkheden zijn. Een vergunning voor het oprichten van een hobbystal kan bijgevolg enkel worden afgeleverd indien er geen bestaande stallen of andere constructies zijn die kunnen worden aangepast, omgebouwd of uitgebreid tot hobbystal. 

Uit de aanvraag moet blijken dat de aanvrager effectief weidedieren houdt of zal houden en dat hij voldoende graasweiden in eigendom, in pacht of in gebruik heeft in verhouding tot het aantal dieren waarvoor een stal wordt voorzien. De stal kan enkel gebruikt worden voor het verblijf van weidedieren eventueel in combinatie met een beperkte bergruimte in functie van dit verblijf (hooi, voeder…).  

Verder dient te worden voldaan aan volgende voorwaarden: 

  • De stal moet in de onmiddellijke nabijheid (binnen een straal van 50 m) van een hoofdzakelijk vergunde of vergund geachte woning worden opgericht; 
  • De kroonlijsthoogte van de stal mag maximaal 3,5 m bedragen; 
  • De maximumoppervlakte bedraagt 120m² per hectare graasland, met een absoluut maximum van 200m2. De omvang van de stal moet in verhouding staan tot de aard en het aantal weidedieren waarvoor de stal bestemd is en de noodzaak van de stal.  
  • De stal wordt niet opgericht in ruimtelijk kwetsbaar gebied of in de gebieden die staan aangewezen op de plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen als bouwvrij agrarisch gebied en agrarisch gebied met overdruk natuurverweving. 

Bij de beoordeling van een aanvraag tot omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen voor zo’n stal geldt de toetsing aan de goede ruimtelijke ordening onverkort. Ook moet er rekening gehouden worden met de landschappelijke inpasbaarheid in het gebied.  

Als gedurende een periode van vijf opeenvolgende jaren geen weidedieren worden gehouden op het perceel of de percelen waarop de vergunning betrekking heeft, vervalt de verkregen omgevingsvergunning voor dergelijke stal.  

Binnen de 6 maanden na het verval van de vergunning dient de stal worden afgebroken. Op deze manier kunnen gebieden die hoofdzakelijk zijn bestemd voor landbouw opnieuw gebruikt worden voor professionele landbouw in geval van langdurig ongebruik door de hobbylandbouwer.  

De regeling is van toepassing 10 dagen na de publicatie van het wijzigingsdecreet van 8 december 2017, ook op lopende dossiers. Er is geen uitvoeringsbesluit nodig. 

Zie ook: Lijst van veelgestelde vragen
Terug