Logo Vlaamse Overheid en Ruimtelijke Ordening

26. Oplossing voor vergunningen die enkel nodig zijn in uitvoeringsfase 

OVD artikel 18 en 37 

Op het ogenblik dat een aanvraag wordt ingediend voor bijvoorbeeld de aanleg van een weg of de bouw van een gebouw, is doorgaans de aannemer nog niet bekend. Vaak is het deze aannemer die de uitvoeringswijze van vergunde handelingen bepaalt. Zo bepaalt de aannemer of hij beton aankoopt bij een bestaande, vergunde leverancier, dan wel of hij zijn eigen betoncentrale wil plaatsen. Ook bepaalt de aannemer waar hij de uitgegraven grond of de aan te voeren grond opslaat. De door de aannemer gekozen uitvoeringswijze heeft ook invloed op het al dan niet nodig zijn van een bemaling en op de grootte ervan.  

Als geëist wordt dat al deze gegevens over de uitvoeringswijze reeds bepaald moeten worden bij de aanvraag van de stedenbouwkundige handelingen, dan blokkeert de vergunningverlening.  

De verplichting tot gezamenlijke indiening geldt daarom niet langer voor het aanvragen van een omgevingsvergunning voor een project enerzijds, en voor het aanvragen van een omgevingsvergunning die alleen nodig is tijdens de uitvoeringsfase van het project anderzijds. 

Als voor de uitvoeringsfase (bijvoorbeeld de betoncentrale voor de uitvoering van de weg) zowel een vergunning in toepassing van de VCRO als de DABM nodig is, dan dienen deze wel gezamenlijk te worden aangevraagd.  

Als bij MER-plichtige handelingen de uitvoeringswijze (in toepassing van de project-MER-richtlijn) wel essentieel is in de beoordeling van de (milieu)hinder, dan is het aangewezen dat de aanvraag voor het project wel zo veel als mogelijk de uitvoeringswijze regelt.  

Deze regeling treedt in werking 10 dagen na de publicatie van het wijzigingsdecreet.  
Voor deze wijziging is geen uitvoeringsbesluit nodig. 

Terug