Logo Vlaamse Overheid en Ruimtelijke Ordening

4. Regeling voor landschappelijk waardevol agrarisch gebied 

Art. 5.7.1 VCRO (nieuw artikel) 

De Raad van State en de Raad voor Vergunningsbetwistingen vernietigen veelvuldig vergunningen in gebieden met de gewestplanoverdruk ‘landschappelijk waardevol’. Hierdoor is het vandaag quasi onmogelijk om nog stedenbouwkundige vergunningen resp. omgevingsvergunningen voor stedenbouwkundige handelingen af te leveren voor de professionele landbouw in landschappelijk waardevol agrarisch gebied. Het oorspronkelijke gewestplanvoorschrift staat bebouwing in deze gebieden nochtans toe, mits ze de ‘schoonheid van het landschap niet in gevaar brengen’.  

Het wijzigingsdecreet stelt uitdrukkelijk dat ontwikkelingen in deze gebieden wel degelijk vergunbaar zijn, op voorwaarde dat het aangevraagde landschappelijk inpasbaar is in het gebied.  

De afweging of het aangevraagde landschappelijk inpasbaar is, kan een beschrijving van maatregelen bevatten ter bevordering van de landschapsintegratie, met betrekking tot de inplanting, gabarit, architectuur, aard van de gebruikte materialen en landschapsinkleding.  

De afweging kan eveneens rekening houden met de landschapskenmerken uit de vastgestelde landschapsatlas vermeld in artikel 4.1.1 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en de mate waarin het landschap gekenmerkt wordt door de aanwezigheid van clusters van bedrijfscomplexen of verspreide bebouwing of de aanwezigheid van lijninfrastructuur.  

Als de gebieden deel uitmaken van een erfgoedlandschap of een beschermd cultuurhistorisch landschap, kan een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen slechts worden verleend als op basis van die afweging kan worden aangetoond dat het aangevraagde landschappelijk inpasbaar is in het gebied of als de aanwezige karakteristieke landschapselementen en landschapsopbouw niet in gevaar worden gebracht.  

Het feit dat er in de aanvraag in de gebieden maatregelen voorzien worden of er in de vergunning voorwaarden voor landschapsintegratie opgelegd worden, houdt niet in dat het aangevraagde niet kan worden ingepast in het gebied noch dat het aangevraagde de in het gebied aanwezige karakteristieke landschapselementen en landschapsopbouw in gevaar brengt. 

De regeling is van toepassing 10 dagen na de publicatie van het wijzigingsdecreet van 8 december 2017, ook op lopende dossiers. Er is geen uitvoeringsbesluit nodig.

Terug