Logo Vlaamse Overheid en Ruimtelijke Ordening

27. Verduidelijking van wat een opzichzelfstaand project is 

OVD artikel 15 
DABM artikel 5.1.1, 12°
 

Milieuvergunningen kennen vandaag de dag al nieuwe inrichtingen en activiteiten en veranderingen van bestaande inrichtingen en activiteiten.  

Binnen de regelgeving ruimtelijke ordening is het begrip ‘verandering’ tot op heden niet gekend. Elke stedenbouwkundige aanvraag strekt immers tot het veranderen van de bestaande toestand.  

Daarom beperken we de huidige regeling met betrekking tot veranderingen tot de exploitatie van ingedeelde inrichtingen en activiteiten.  
Daarnaast moet ook gekeken worden naar de toestand na verandering.  

Deze wijzigingen houden in dat:  

  • voor de behandeling van een verandering van een ingedeelde inrichting of activiteit van de tweede klasse waardoor de ingedeelde inrichting of activiteit in de eerste klasse wordt ingedeeld, de deputatie bevoegd is.  Voor de behandeling van een verandering van een ingedeelde inrichting of activiteit van de eerste klasse waardoor de ingedeelde inrichting of activiteit in de tweede klasse wordt ingedeeld (via splitsing), is het college bevoegd;  
  • bij een verandering van een ingedeelde inrichting of activiteit die gepaard gaat met stedenbouwkundige handelingen, dient naar beide aspecten gekeken te worden: 
  • a) een verandering van een klasse 2 ingedeelde inrichting of activiteit waardoor die naar klasse 1 overgaat, gecombineerd met de aanleg van een gewestweg (Vlaams project) wordt behandeld door de Vlaamse Regering;  
  • ​b) een verandering van een klasse 2 ingedeelde inrichting of activiteit waardoor die naar klasse 1 overgaat, gecombineerd met de aanleg van een gemeenteweg wordt behandeld door de deputatie.  

Dit komt neer op het bijna volledig schrappen van de complexe regeling van paragraaf 3 van artikel 15. Hierdoor wordt de regeling dat een verandering in bepaalde gevallen een opzichzelfstaand project kan zijn, losgelaten.  

Iedere aanvraag van stedenbouwkundige handelingen wordt als de aanvraag van een nieuw project beschouwd. De bevoegdheidsregels vermeld in paragraaf 1 moeten dus toegepast worden op de aanvraag.  

Bij ingedeelde inrichtingen of activiteiten zijn veranderingen wel mogelijk. Het is hierbij van belang dat niet het aangevraagde bepalend is voor de bevoegdheid, maar wel het grotere geheel waar de aanvraag verandering wil aan brengen.  

Een paar voorbeelden om de gevolgen te illustreren:  

  • Bedrijfsverzamelgebouw  
    Het project betreft de oprichting van een bedrijfsverzamelgebouw waarin zowel een klasse 1-bedrijf als een klasse 2-bedrijf komen.  
    De bevoegde overheid is in dit geval de deputatie (klasse 1-bedrijf).  

Stel het klasse 2-bedrijf wil een verandering aan zijn ingedeelde inrichting, maar blijft klasse 2. Het klasse 2-bedrijf vraagt zijn vergunning voor de exploitatie bij de deputatie aan. Het project waartoe de ingedeelde inrichting of activiteit behoort na verandering is immers het bedrijfsverzamelgebouw. De ingedeelde inrichting of activiteit kan niet bouwtechnisch los worden gezien van de rest van het gebouw (en dus het project).  

Om van een apart project te kunnen spreken moet het een op zichzelf staande ingedeelde inrichting of activiteit zijn, en moet het project zowel bouwtechnisch als functioneel kunnen afgesplitst worden.  

  • Werven  
    Een werf (een ingedeelde inrichting of activiteit klasse 2) zonder stedenbouwkundige handelingen wordt aangevraagd bij een reeds eerder vergunde gewestweg (zonder ingedeelde inrichting of activiteit).  

Een werf bij een gewestweg is een Vlaams project (zie toelichting bij de Vlaamse lijst).  

Ze wordt dus bij Vlaanderen aangevraagd en niet bij het college van burgemeester en schepenen.  

De aanvraag zal in dat geval de werf betreffen, en niet de – reeds vergunde – gewestweg.  

  • Windturbines  
    Een aantal windturbines van 1500 kilowatt (kW) of meer binnen de grenzen van de zeehaven van Oostende zijn vergund, maar nog niet gebouwd.  

Voor men met de uitvoering begint blijkt bronbemaling voor aanleg nodig.  

De bronbemaling is een aanhorigheid bij de windturbines. Een aanvraag voor een werf moet dus ook bij de Vlaamse Regering ingediend worden.  

  • Grootschalig project  
    Punt 19° van de Vlaamse lijst luidt: “19° aanvragen met betrekking tot gebouwen of gebouwencomplexen met een totale nuttige vloeroppervlakte, met uitsluiting van de nuttige vloeroppervlakte met de functies wonen, landbouw in de ruime zin en industrie en bedrijvigheid, van minstens 50.000 m2, gelegen buiten gemeenten met meer dan 200.000 inwoners”.  

Op de vergunde parking van een grootschalig winkelcentrum dat een Vlaams project is, wordt een fast-foodrestaurant opgericht.  

Het fast-foodrestaurant is een aparte ingedeelde inrichting en het gebouw is bouwtechnisch afsplitsbaar (want vrijstaand).  

Toch maakt het restaurant door de bouw op de parking van het Vlaams project deel uit van een gebouwencomplex dat op de Vlaamse lijst is opgenomen. De aanvraag voor het restaurant wordt bij de Vlaamse Regering (of de gewestelijke omgevingsambtenaar) ingediend.  

Op een braakliggend stuk grond naast een grootschalig winkelcentrum dat een Vlaams project is, wordt een benzinestation opgericht. Het krijgt een aparte in- en uitrit van het winkelcentrum. Het braakliggend stuk grond is van dezelfde eigenaar als het winkelcentrum.  

Het benzinestation is een aparte ingedeelde inrichting en het gebouw is bouwtechnisch afsplitsbaar (want vrijstaand). Daarnaast is het goed ook functioneel afsplitsbaar van het geheel.  

De aanvraag voor het restaurant is geen Vlaams project. Ze wordt bij het college van burgemeester en schepenen ingediend. De eigendomssituatie van de gronden is irrelevant bij de bepaling van de bevoegde overheid.  

  • Betoncentrale bij aanleg van een autosnelweg  
    Als bij het aanvragen van de autosnelweg duidelijk is waar de betoncentrale dient te komen en geëxploiteerd zal worden, zal de exploitatie en plaatsing van deze betoncentrale deel moeten uitmaken van de aanvraag.  

Wordt daarentegen pas bij de aanleg van de weg, dus nadat de vergunning voor de stedenbouwkundige handeling van de aanleg verleend werd, duidelijk waar de betoncentrale opgericht en geëxploiteerd moet worden, zal deze voorwerp uitmaken van een afzonderlijke vergunningsaanvraag. In dat geval moet de tijdelijke exploitatie van een betoncentrale aangevraagd worden samen met de tijdelijke bouw ervan.  

Daar het in beide voorbeelden gaat over een autosnelweg (of zijn aanhorigheden), zal de aanvraag op Vlaams niveau ingediend moeten worden.  

Terug