Logo Vlaamse Overheid en Ruimtelijke Ordening

21. Verlenging van de vervaltermijn van de omgevingsvergunning in geval van overmacht 

OVD artikel 99 

Het wijzigingsdecreet van 8 december 2017 maakt het mogelijk om de vervaltermijn van een vergunning éénmalig te verlengen met twee jaar, in gevallen dat de vergunninghouder de werken niet kan starten door redenen buiten zijn wil. 

De vergunninghouder zal deze verlenging moeten aanvragen. 

Dit moet minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar en bij de overheid die de vergunning heeft verleend. 

De vergunninghouder zal moeten aantonen dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend.  

De aanvraag voor een verlenging van de vervaltermijn kan alleen geweigerd worden als: 

  1. er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend; 
  2. de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften. 

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn. Beslist de overheid niet, dan wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd.  

De verlenging van de vervaltermijn in het kader van de aanvang van de werken, heeft tot gevolg dat ook de vervaltermijnen rond het winddicht zijn en de aanvang van de exploitatie verlengd worden.  

Terug