Logo Vlaamse Overheid en Ruimtelijke Ordening

Verzameldecreet 2019

Op 26 april 2019 heeft de Vlaamse Regering het Verzameldecreet Omgeving (Decreet houdende diverse bepalingen inzake omgeving, natuur en landbouw) bekrachtigd en afgekondigd. Het decreet werd nog niet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en is dus nog NIET VAN KRACHT.

Hieronder vindt u een overzicht van de aanpassingen die dit decreet doorvoert.

Gevelisolatie

Basisdecreet : art. 4.1.1, 12°, en art. 4.4.1, §2, 3°, VCRO
Verzameldecreet 2019: art. 101, 1° en 103
Inwerkingtreding: 10 dagen na publicatie in het B.S. van het Verzameldecreet 2019
 

Het verzameldecreet 2019 maakt het mogelijk dat bij zonevreemde woningen naast gevelisolatie ook dakisolatie aan de buitenzijde van het dak kan worden aangebracht.

Meer info

 

Verkavelingen ouder dan 15 jaar

Basisdecreet : art. 4.3.1 en 4.1.1.17° VCRO
Verzameldecreet 2019: art. 101,2° en 102
Inwerkingtreding: 10 dagen na publicatie in het B.S. van het Verzameldecreet 2019
 

Het verzameldecreet 2019 maakt het mogelijk dat de gemeenteraad kan beslissen, los van een concrete vergunningsaanvraag, om voor verkavelingen ouder dan 15 jaar de verkavelingsvoorschriften toch te behouden als weigeringsgrond.

Bijkomend maakt het verzameldecreet het mogelijk dat in het kader van de beoordeling van een concrete vergunningsaanvraag, de vergunningverlenende overheid gemotiveerd kan verwijzen naar bepaalde voorschriften van een meer dan 15 jaar oude verkaveling, waarbij zij dan aangeeft dat die voorschriften nog steeds belangrijke actuele criteria omvatten om op die specifieke plaats de goede ruimtelijke ordening te motiveren.

Daarnaast maakt het verzameldecreet het mogelijk dat constructies die gelegen zijn in meer dan 15 jaar oude zonevreemde verkavelingen als zonevreemde constructie kunnen worden beschouwd en bijgevolg in aanmerking komen voor toepassing van de zonevreemde basisrechten ingeval de onderliggende gewestplanbestemming als toetsingskader naar boven komt. Het verzameldecreet wijzigt namelijk de definitie van “zonevreemde constructie” in artikel 4.4.1, 17° van de VCRO.

Meer info

 

BPA's ouder dan 15 jaar

Basisdecreet : art. 4.3.1, art. 4.4.9/1 en art. 5.1.1,§1 VCRO
Verzameldecreet 2019: art. 102,2°, 106 en 108
Inwerkingtreding: 10 dagen na publicatie in het B.S. van het Verzameldecreet 2019
 

Het verzameldecreet 2019 maakt het mogelijk dat de gemeenteraad kan beslissen dat voor een BPA ouder dan 15 jaar de afwijkingsmogelijkheid in artikel 4.4.9/1 VCRO niet kan worden aangewend. Zo kan de gemeente gebiedsgericht een afweging maken in functie van de ligging van de percelen, de inhoud van de stedenbouwkundige voorschriften van elk BPA enz

Bijkomend kan het vergunningverlenende bestuursorgaan bij de behandeling van individuele vergunningsaanvragen, gemotiveerd beslissen om de afwijkingsmogelijkheid niet toe te passen indien het van oordeel is dat de stedenbouwkundige voorschriften nog steeds de criteria van een goede ruimtelijke ordening (bedoeld in artikel 4.3.1,§2 VCRO) weergeven.

Meer info

 

Ruilverkavelingen

Basisdecreet : art. 4.4.5 VCRO
Verzameldecreet 2019: art. 105
Inwerkingtreding: 10 dagen na publicatie in het B.S. van het Verzameldecreet 2019
 

De mogelijkheid om af te wijken van stedenbouwkundige voorschriften voor medegebruik inzake natuurschoon (artikel 4.4.5 VCRO) wordt uitgebreid.  Het verzameldecreet 2019 maakt het mogelijk dat bij de uitvoering van een ruilverkavelingsproject handelingen gericht op de instandhouding, de ontwikkeling en het herstel van de natuur en het natuurlijk milieu en van landschapswaarden, vergund kunnen worden, en dit in alle bestemmingsgebieden, zelfs als deze handelingen een grote impact hebben.

Meer info

 

Verplicht digitale indiening voor ingedeelde inrichtingen of activiteiten, ongeacht de klasse

Basisdecreet : artikel 14/1 OVD
Verzameldecreet 2019: art. 137, 1° (amend. 20)
Inwerkingtreding: datum te bepalen door de Vlaamse Regering bij besluit
 

Vandaag de dag moet een exploitant zijn aanvraag of melding met betrekking tot de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van de eerste of de tweede klasse digitaal indienen.In de toekomst moeten ook meldingen voor de exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten van de derde klasse verplicht via het omgevingsloket worden ingediend. Van exploitanten van ingedeelde inrichtingen of activiteiten wordt immers aangenomen dat digitaal werken geen probleem vormt, ongeacht of de klasse van de ingedeelde inrichting of activiteit.

Deze wijziging vraagt om een aanpassing van het uitvoeringsbesluit en het Omgevingsloket. Vandaar dat de Vlaamse Regering machtiging kreeg om de datum van inwerkingtreding van deze wijziging te bepalen.

 

Basisrechten voor gesloopte zonevreemde constructies

Basisdecreet : 4.4.20 VCRO
Verzameldecreet 2019: art. 107
Inwerkingtreding: 10 dagen na publicatie in het B.S. van het Verzameldecreet 2019
 

De zonevreemde basisrechten kunnen in principe alleen worden toegepast voor ‘bestaande’ zonevreemde constructies. Werd de oorspronkelijke constructie gesloopt dan kunnen deze rechten voor de gesloopte constructie niet meer worden toegepast.

Artikel 4.4.20 VCRO bevat een uitzondering op dit principe voor recent afgebroken zonevreemde woningen of andere constructies. Dit biedt geen oplossing voor de eigenaar die in overeenstemming met een vergunning een zonevreemde woning geheel of gedeeltelijk heeft afgebroken en een nieuwe woning heeft opgericht, maar waarvoor deze vergunning (na voltooiing van de werken) wordt vernietigd door de Raad voor Vergunningsbetwistingen.

De huidige versie van artikel 4.4.20 VCRO ontneemt de vergunninghouder in dat geval de mogelijkheid om een nieuwe wettige vergunning te verkrijgen. Een aanvraag ‘binnen de geldigheidstermijn van de initiële omgevingsvergunning’ is immers niet meer mogelijk, gezien de (initiële) vergunning definitief uit het rechtsverkeer is verdwenen en geacht wordt nooit te hebben bestaan.

Om hiervoor een oplossing te kunnen bieden, wordt het toepassingsgebied van artikel 4.4.20 VCRO verruimd tot die gevallen waarin een woning of constructie werd afgebroken in uitvoering van een vergunning waarbij die vergunning na de uitvoering van de werken werd vernietigd door de RvVb.

Meer info

 

Systeem van meldingen

Basisdecreet : art. 107, 111 en 112 OVD
Verzameldecreet 2019: art. 60, 134, 135, 137, 147 tot en met art. 150, 160 (amend. 8, 20, 30, 46 tot en met 51)
Inwerkingtreding: datum te bepalen door de Vlaamse Regering bij besluit
Overgangsmaatregel voorzien
 

Het Omgevingsvergunningendecreet integreert de twee systemen van meldingen die bestonden onder enerzijds het Milieuvergunningendecreet (1985) en VLAREM I (1991) en anderzijds de VCRO.

Hierbij werd geopteerd voor een systeem van aktename in de vorm van een beslissing, na een beperkt onderzoek:

  • De melding zelf moet gebeuren bij de overheid, die bevoegd is voor het project.
  • De bevoegde overheid gaat vervolgens na of de gemelde handelingen of exploitatie meldingsplichtig zijn of niet verboden zijn.
  • Is dit het geval, dan neemt deze overheid akte van de melding. Zijn de handelingen of de exploitatie niet meldingsplichtig of verboden, dan wordt geen akte genomen en wordt aan de melding geen verder gevolg gegeven.
  • De beslissing over de aktename wordt genomen binnen een ordetermijn van 30 dagen.

De gemelde handelingen of activiteiten mogen maar uitgevoerd of geëxploiteerd worden de dag na de datum van de betekening van de meldingsakte. Met andere woorden, men moet de meldingsakte afwachten.

Het Verzameldecreet 2019 brengt een aantal wijzigingen aan dit systeem aan:

  1. Bevoegde overheid
    Voortaan is steeds het CBS of de gemeentelijke omgevingsambtenaar bevoegd voor meldingen, tenzij de melding vervat zit in een vergunningsaanvraag waarvoor de deputatie of Vlaanderen bevoegd is.

    Let wel, hoort een inrichting of activiteit van de derde klasse bij een ingedeelde inrichting of activiteit van de eerste of tweede klasse, dan is deze exploitatie vergunningsplichtig op grond van artikel 5.2.1 van het DABM.  In dat geval moet worden nagegaan wie de bevoegde overheid is voor de vergunningsprocedure.
     
  2. Vervaltermijn en stilzwijgende aktename
    Er wordt geopteerd voor een vervaltermijn in plaats van een termijn van orde.

    Het laten verstrijken van deze termijn staat - in tegenstelling tot bij een vergunning - niet gelijk aan een weigering (van aktename), maar wel aan een stilzwijgende positieve beslissing, namelijk een stilzwijgende aktename.

    De beslissingstermijn zelf wordt deels ingekort en bedraagt: 
  • 20 dagen als het een melding betreft die louter slaat op de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van de derde klasse.
  • 30 dagen als de melding meldingsplichtige stedenbouwkundige handelingen bevat.
  1. Bekendmaking binnen eenzelfde termijn
    Binnen deze termijn van 20 respectievelijk 30 dagen moet niet alleen de beslissing over de melding genomen worden, maar moet deze beslissing ook nog bekendgemaakt worden.

    Gelet op het feit dat een project uitgevoerd of geëxploiteerd mag worden de dag na de datum van de betekening van de meldingsakte dan wel de dag na het verstrijken van de termijn van 20 respectievelijk 30 dagen, moet de melder bij het verstrijken van de termijn op de hoogte zijn van de beslissing.

    Spreekt de bevoegde overheid zich niet uit over het meldingsplichtig, niet-verboden karakter van het voorwerp van de melding dan wel maakt zij haar beslissing niet kenbaar binnen de vervaltermijn, dan wordt de melding geacht stilzwijgend te zijn geakteerd.

    In geval van een melding die digitaal werd ingediend, zal dit neerkomen op het registreren van de beslissing in het Omgevingsloket. De beslissing en de kennisgeving kunnen op dezelfde dag gebeuren.
    Bij analoge kennisgevingen zal er rekening mee gehouden moeten worden dat de kennisgeving tijdig gebeurt.
     
  2. Inwerkingtreding en overgangsregeling
    Dit gewijzigd systeem vraagt om een aanpassing van het uitvoeringsbesluit en het Omgevingsloket. Vandaar dat de Vlaamse Regering machtiging kreeg om de datum van inwerkingtreding van deze wijziging te bepalen.

    Daarnaast is voorzien dat meldingen die zijn verricht voor de datum van inwerkingtreding van het nieuwe systeem, behandeld worden overeenkomstig de bepalingen die geldig waren op het tijdstip waarop de melding werd ingediend. Met andere woorden, de stilzwijgende aktename zal maar gelden voor meldingen, ingediend vanaf de inwerkingtreding van het nieuwe systeem.

Meer info

 

Bijstelling van alle soorten voorwaarden, ook RO-voorwaarden

Basisdecreet : art. 82 en 82/1 OVD
Verzameldecreet 2019: art. 141, 142, 143
Inwerkingtreding: datum te bepalen door de Vlaamse Regering bij besluit 
 

Niet alleen de milieuvoorwaarden, maar alle voorwaarden zullen in de toekomst gewijzigd kunnen worden op initiatief van de vergunninghouder of exploitant.

Het is belangrijk dat dit kan gebeuren via een specifieke procedure, zodat duidelijk is dat de afgifte van de ‘basisvergunning’ niet in vraag wordt gesteld door de vraag tot wijziging van de voorwaarden. Deze bijstelling van de omgevingsvergunning verloopt overeenkomstig de reeds bestaande procedure voor het bijstellen van de omgevingsvergunning, zoals opgenomen in artikel 87 tot en met 90 van het Omgevingsvergunningendecreet. 

Vooreerst noodzaakt de verruimde mogelijkheid tot bijstelling van voorwaarden een aanpassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.

Daarnaast heeft deze verruimde mogelijkheid tot bijstelling van voorwaarden ook een impact op het Omgevingsloket (o.a. doordat moet worden voorzien in structurele beslissingsinformatie om de vraag tot bijstelling te kunnen linken aan de oorspronkelijke vergunning voor stedenbouwkundige handelingen) en op de diensten van de dienstenleveranciers van de lokale besturen.

Vandaar dat de Vlaamse Regering de delegatie krijgt om de inwerkingtreding te bepalen van de artikelen inzake de verruimde bijstelling van voorwaarden.        

 

Interpretatieve MER

Basisdecreet : artikel 4.1.1, § 1, 4°, en artikel 4.2.3, §2 en §3 DABM
Verzameldecreet 2019:  art. 56 en 57
Inwerkingtreding: 10 dagen na publicatie in het B.S. van het Verzameldecreet 2019
 

Er bestaat sinds het arrest Deboosere van de Raad van State van 30 januari 2018 (nr. 240.626) onduidelijkheid over hoe de woorden “lokaal niveau” in artikel 4.2.3, §2 en §3 DABM moeten geïnterpreteerd worden. Naar aanleiding van dit arrest stelt zich de vraag of een provinciale instantie voor de toepassing van artikel 4.2.3, §2 en §3 DABM als een lokale instantie beschouwd kan worden.

Door middel van het Verzameldecreet wordt getracht de ontstane onduidelijkheid in het toepassingsgebied van de plan-m.e.r.-screening en de plan-MER-plicht op te lossen.

Artikel 56 van het Verzameldecreet betreft enerzijds een wijzigingsbepaling van artikel 4.1.1, § 1, 4°, DABM, dat een definitie bevat, terwijl artikel 57 van het Verzameldecreet anderzijds een interpretatieve bepaling betreft van het artikel 4.2.3, §2 en §3 DABM dat de werkingssfeer van de plan-m.e.r.-plicht regelt. Meer bepaald worden in het artikel 4.2.3, §2 en §3, van het DABM de woorden “klein gebied op lokaal niveau” uitgelegd als volgt: “klein gebied in een gemeentelijk of provinciaal plannings- of programma-initiatief”.

De interpretatieve bepaling van artikel 57 van het Verzameldecreet bevestigt enerzijds de oorspronkelijke bedoeling van de decreetgever uit 2007 om de plan-m.e.r.-screening toe te laten voor plannen of programma’s die een klein gebied op gemeentelijk of provinciaal niveau regelen. Deze interpretatie is conform aan de Europese plan-m.e.r.-richtlijn 2001/42/EG. Uit de interpretatieve bepaling blijkt nu duidelijk dat binnen het Vlaamse Gewest voor de toepassing van de plan-m.e.r.-plicht zowel de provincies als de gemeenten door de decreetgever als  bestuursinstanties op lokaal niveau beschouwd worden zodat zowel de provincies als de gemeenten toepassing kunnen maken van artikel 4.2.3, §2 en §3 DABM. De decreetgever is immers van oordeel dat het provinciaal bestuursniveau in het licht van de plan-m.e.r.-richtlijn te beschouwen is als een lokaal bestuursniveau; dit bestuursniveau is namelijk noch nationaal (federaal) noch regionaal (gewestelijk). Om in de tekst van het DABM duidelijk te maken dat de woorden “lokaal niveau” in artikel 4.2.3, §2 en §3 DABM (waar de werkingssfeer bepaald wordt) niet dezelfde betekenis hebben als de woorden “lokaal niveau” in artikel 4.1.1, §1, 4° DABM (waar de definitie bepaald wordt), werd het anderzijds aangewezen geacht de tekst van artikel 4.1.1, §1, 4° DABM te wijzigen door in de definitie de woorden “lokaal niveau” te vervangen door de woorden “gemeentelijk niveau”.

 

Aanvang RUP-procedure na gunstig planologisch attest

Basisdecreet : artikel 4.4.26 VCRO
Verzameldecreet 2019: art. 104 (amend. 14)
Inwerkingtreding: 10 dagen na publicatie in het B.S. van het Verzameldecreet 2019 
 

Momenteel voorziet de VCRO dat als een overheid een gunstig planologisch attest afgeeft, en zich engageert tot een planwijziging, deze overheid binnen een zekere termijn een planproces moet opstarten (artikel 4.4.26, §1, VCRO). Zo moet binnen het jaar na afgifte van het attest een plenaire vergadering worden gehouden.

Dit was tot het Integratiedecreet RUP-MER van 1 juli 2016 de eerste officiële stap in de decretaal geregelde planprocedure. Sinds dit decreet van 1 juli 2016 is de organisatie van een plenaire vergadering niet langer de eerste stap in de officiële planprocedure, maar wel het vragen van advies over de zogenaamde startnota. Bovendien is de organisatie van een plenaire vergadering op zich geen verplichting meer.

Vandaar dat voorzien wordt dat de overheid verplicht is om binnen het jaar na de afgifte van het planologisch attest advies te vragen over de startnota voor het RUP, overeenkomstig de geïn­tegreerde planningsprocedure, ingevoerd bij decreet van 1 juli 2016.

Deze gewijzigde procedurestap treedt in werking 10 dagen na publicatie van het Verzameldecreet 2019 en is van toepassing op lopende planprocedures.

 

Handhaving: Wijziging terminologie

Basisdecreet : art. 6.2.5 VCRO
Verzameldecreet 2019: art. 115 en 116
Inwerkingtreding: 10 dagen na publicatie in het B.S. van het Verzameldecreet 2019
 

“De verbalisanten ruimtelijke ordening” vermeld in artikel 6.2.5 in de VCRO wordt gewijzigd in “De agenten en de officieren van gerechtelijke politie en de verbalisanten ruimtelijke ordening”.  Dit betreft een technische rechtzetting van een eerdere wijziging van dit artikel waardoor de expliciete vermelding van “de agenten en de officieren van de gerechtelijke politie” was weggevallen. Zij kunnen op basis van hun bevoegdheden inzake bestuurlijke politie ook zonder deze expliciete vermelding een verslag van vaststelling opmaken, maar het niet meer expliciet vermelden van hen in dit bewuste artikel heeft gevolgen voor andere artikelen inzake beboeting waar wordt verwezen naar “het verslag van vaststelling als vermeld in artikel 6.2.5 van de VCRO”.

 

Handhaving: Inkomsten uit handhaving

Basisdecreet : art. 6.5.1 VCRO
Verzameldecreet 2019: art. 119
Inwerkingtreding: 10 dagen na publicatie in het B.S. van het Verzameldecreet 2019
 

Het verzameldecreet 2019 maakt het mogelijk dat in afwijking van artikel 6.5.1,1° VCRO en onverminderd artikel 6.4.16 VCRO de bestuurlijke dwangsommen opgelegd bij bestuurlijke maatregel van last onder dwangsom (vermeld in artikel 6.4.14 VCRO) verhoogd met de invorderingskosten, die door de burgemeester of gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur (vermeld in artikel 6.1.1,1° VCRO) worden geïnd en ingevorderd, worden toegewezen aan de gemeente op wiens grondgebied de bestuurlijke dwangsom is opgelegd.

Meer info

 

Verlenging & verduidelijking van de termijn om bezwaren over te maken

De gemeente moet momenteel de adviezen, opmerkingen en bezwaren binnen drie werkdagen na het openbaar onderzoek over het voorlopig vastgesteld ontwerp van gewestelijk/provinciaal/gemeentelijk RUP bezorgen aan respectievelijk de Vlaamse Regering/de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening/de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening. Deze drie werkdagen is enerzijds zeer kort om de adviezen, opmerkingen en bezwaren over te maken.
Daarnaast is ook niet duidelijk welke dagen precies ‘werkdagen’ zijn.
Vandaar dat voortaan wordt gesproken over tien kalenderdagen, waardoor discussie vermeden wordt.

  • VCRO: art. 2.2.10, §4, art. 2.2.15, §4, en art. 2.2.21, §4
  • Verzameldecreet 2019: art. 92, art. 95, 1°, art. 98, 1°
Afstemming van advisering over het voorontwerp/ontwerp van RUP op de schorsings- en vernietigingsgronden alsook op de gronden waarvan men kennis kan hebben

Bij advisering over (voor)ontwerpen van provinciale en gemeentelijke RUP’s moet het Departement Omgeving rekening houden met het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, zodra dit een eerste maal in werking is getreden. Ook de mogelijke schorsingsgronden, en sinds het decreet van 8 december 2017 ook vernietigingsgronden, werden aangepast aan de invoering van de beleidsplanning.

Het voorwerp van de advisering over (voor)ontwerpen van provinciale en gemeentelijke RUP’s wordt meer afgestemd op de schorsings- en vernietigingsgronden.

Daarnaast moet voortaan alleen advies gegeven worden over aspecten die gekend zijn.

  • VCRO: art. 2.2.14, §4, art. 2.2.15, §4, art. 2.2.20, art. 2.2.21, §4
  • Verzameldecreet 2019: art. 94, art. 95, 2°, art. 97, art. 98, 3°

Deze aanpassingen gelden mutatis mutandis ook voor advisering door de deputatie over (voor)ontwerpen van gemeentelijke RUP’s.

  • VCRO: 2.2.21, §4
  • Verzameldecreet 2019: art. 98, 2°
Afstemming van advisering over lokale verordeningen op de gronden waarvan men kennis kan hebben

Door de wijzigingen, aangebracht door het decreet van 8 december 2017 werd wat advisering van lokale verordeningen betreft, reeds aangesloten bij de schorsings- en vernietigingsgronden van deze verordeningen.
Echter, bij de aspecten van advisering wordt verwezen naar strijdigheden met direct werkende normen binnen andere beleidsvelden dan de ruimtelijke ordening of de niet-naleving van een substantiële vormvereiste. Over deze vernietigingsgronden kan het departement Omgeving zich op moment van advisering over provinciale of gemeentelijke verordeningen niet uitspreken (of de deputatie in geval van een gemeentelijke verordening). Dit wordt nu verduidelijkt.
Met het decreet van 8 december 2017 werd de advisering in het kader van stedenbouwkundige verordeningen ook aangepast aan het systeem van beleidsplanning. Per vergissing werd hierbij de termijn van advisering en het gevolg van niet-advisering niet overgenomen. Dit wordt nu rechtgezet.

  • VCRO: art. 2.3.2
  • Verzameldecreet 2019: art. 99
Informatieplicht instrumenterende ambtenaar

Op basis van artikel 5.2.1, §1, VCRO is de instrumenterende ambtenaar verplicht om in alle authentieke akten van verkoop of van verhuring voor meer dan negen jaar van een onroerend goed, van een inbreng van een onroerend goed in een vennootschap, en ook in alle akten van vestiging van erfpacht of opstal en in elke andere akte van een eigendomsoverdracht ten bezwarende titel de verklaring van de verkrijger op te nemen dat hij een stedenbouwkundig uittreksel heeft ontvangen, dat ten hoogste één jaar voor het verlijden van de authentieke akte werd verleend.
Dit geldt eveneens bij een ruilverkaveling of herverkaveling, een proces waarbij eigenaars (en gebruikers) van gronden kavels met elkaar ruilen met oog op het optimaliseren van het grondgebruik. Bij een ruilverkaveling of herverkaveling zijn meestal een heel groot aantal percelen betrokken waarvoor op heden voor elk perceel een apart stedenbouwkundig uittreksel moet worden aangevraagd.

Vandaar dat deze informatieplicht niet langer geldt voor ruilverkavelingen en herverkavelingen, voor zover het onbebouwde percelen betreft.

Voor bebouwde percelen die van eigenaar zouden veranderen, kan er bij gebrek aan een stedenbouwkundig uittreksel, en de daarin opgenomen gegevens, onvoldoende zekerheid worden geboden aan de nieuwe eigenaar omtrent de stedenbouwkundige toestand van de constructies en het eventueel voorhanden zijn van een as-builtattest. Deze uittreksels zijn bovendien het meest geschikt om gekende stedenbouwkundige misdrijven op te sporen.

De lijst van akten waarvoor de informatieplicht en de verplichting van een stedenbouwkundig uittreksel niet geldt, wordt aldus uitgebreid met akten inzake onbebouwde percelen in het kader van:
- de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet;
- de wet van 12 juli 1976 houdende bijzondere maatregelen inzake ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet bij de uitvoering van grote infrastructuurwerken;
- een ruilverkaveling of herverkaveling met het oog op de realisatie van een RUP;
- artikelen 2.1.18, 2.1.48 en 2.1.66, van het Landinrichtingsdecreet;
- artikel 47 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijke milieu.

  • VCRO: art. 5.2.1
  • Verzameldecreet 2019: art.112
Functies binnen watergevoelige openruimtegebieden

Artikel 5.6.8 VCRO geeft weer welke functies en stedenbouwkundige handelingen mogelijk zijn binnen watergevoelige openruimtegebieden.
Binnen deze gebieden zijn voortaan ook de functies natuurbehoud en landschapszorg mogelijk. Aldus is duidelijk dat ook de handelingen verbonden aan deze functies principieel vergunbaar zijn binnen watergevoelige openruimtegebieden.

  • VCRO: art. 5.6.8
  • Verzameldecreet 2019: art.114
Rationalisering van de koppelingsregeling bij meerdere vergunningsplichten

De koppelingsregeling van meerdere vergunningsplichten staat verspreid over meerdere artikelen van het Omgevingsvergunningendecreet.
Deze verschillende bepalingen worden nu gegroepeerd.
Ook wordt verduidelijkt dat als minstens één element van de aanvraag vergunningsplichtig is, de aanvraag zowel de vergunningsplichtige als meldingsplichtige aspecten omvat.

  • OVD: art. 7, §2, art. 18, art. 37
  • Verzameldecreet 2019: art. 136 (amend. 19), art. 138 (amend. 21), art. 139 (amend. 22)
Verduidelijking gevolgen van declassering

Een meldingsakte is niet vereist als een vergunde inrichting of activiteit door een gedeeltelijke stopzetting meldingsplichtig is geworden. De vergunning geldt als dusdanig

  • OVD: art. 100
  • Verzameldecreet 2019: art. 144 (amend. 27)
Verduidelijking van de beslissingen waartegen beroep bij de RvVb ingediend kan worden

Verduidelijkt wordt dat ook de beslissingen tot het al dan niet opleggen, wijzigen of aanvullen van de voorwaarden aanvechtbaar zijn bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen.
Ook de stilzwijgende aktename wordt expliciet opgenomen.
De specifieke regels rond toegang tot de RvVb worden aangepast aan de verruimde mogelijkheid tot bijstelling van voorwaarden.

  • OVD: art. 105
  • Verzameldecreet 2019: art. 147 (amend. 48)

 

ANDERE WIJZIGINGEN

Het Verzameldecreet wijzigt ook nog diverse bepalingen van enkele andere decreten. Bekijk hier het overzicht.