Logo Vlaamse Overheid en Ruimtelijke Ordening

29. Wijzigingen aan het decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning  

Het decreet betreffende de handhaving van omgevingsvergunning is in werking getreden op 1 maart 2018 en dit inclusief de wijzigingen die de codextrein eerder aan dat decreet had aangebracht. Op hetzelfde moment zijn ook de toevoegingen in werking getreden. De hiernavolgende opsomming geeft een overzicht van de toenmalige wijzigingen en toevoegingen.  

Organisatorische aanpassingen :  

  • De bevoegdheden van de gewestelijke beboetingsambtenaar worden overgeheveld naar de gewestelijke beboetingsentiteit; 
  • Er kunnen naast ambtenaren ook contractuele personeelsleden worden aangesteld voor handhaving; 
  • De figuur van de gemeentelijke, intergemeentelijke en gewestelijke “verbalisant ruimtelijke ordening” wordt ingevoerd zodat het bevoegdheidspakket hetzelfde is voor iedereen; 
  • De gemeentelijke personeelsleden van de gemeente die door de gouverneur zijn aangewezen voor handhaving o.g.v. het (thans geldende) artikel 6.5.1 VCRO worden automatisch “verbalisant ruimtelijke ordening”; 
  • Voor gewestelijke handhavingsambtenaren en voor de leden van de Hoge Raad zijn er ook overgangsbepalingen voorzien. 

Andere aanpassingen :  

  • De term “voortzetten” wordt verwijderd uit de strafbepalingen en waar nodig vervangen door “verder uitvoeren” ten einde de misverstanden met de bestaande kwalificatie van het voortzettingsmisdrijf van artikel 65 Strafwetboek te beperken;  
  • De handhaving voor de WORG’s is opgenomen (zie boven onder nr. 18); 
  • De nieuwe strafbaarstelling bij handelingen aan niet-hoofdzakelijk vergunde constructies is niet behouden;  
  • Een afschrift van een proces-verbaal waarbij het misdrijf wordt vastgesteld, wordt overgemaakt aan de beboetingsentiteit, de gewestelijk stedenbouwkundige inspecteur en de gemeente. Dit geldt ook voor navolgende PV’s waarin het herstel wordt vastgesteld;  
  • Een afschrift wordt binnen de 14 dagen na afsluiten van het PV ook aan de overtreder bezorgd. Processen-verbaal opgesteld door verbalisanten RO dienen onmiddellijk te worden overgemaakt aan het O.M.;  
  • Stakingsbevelen kunnen enkel worden opgelegd bij vergunningsplichtige handelingen. Bij gebruik en instandhouding is bijkomend een verzwaring van de schade aan de goede ruimtelijke ordening vereist, hetzij dat hun impact de bestemming in het gedrang brengt;  
  • De termijn voor het opleggen van een stakingsbevel als preventieve en voorlopige maatregel is 2 jaar van bij aanvang van de handelingen in ruimtelijke kwetsbaar gebied en 1 jaar in de overige gebieden. Eerder opgelegde stakingsbevelen buiten deze termijnen hebben geen gevolgen meer;  
  • De doorbrekingen van het stakingsbevel vastgesteld vóór de inwerkingtreding van het Handhavingsdecreet worden afgehandeld in de oude procedure van het opleggen van een administratieve geldboete van 5.000,00 euro;  
  • De verjaringstermijn voor gerechtelijke herstelvorderingen bij misdrijven vangt aan bij beëindiging van het misdrijf. De verjaringstermijn voor bestuurlijke herstelmaatregelen bij misdrijven vangt aan op het moment van de doorverwijzing van het O.M. naar bestuurlijke beboeting, hetzij na het verstrijken van een periode van 180 dagen (max. te verlengen tot 360 dagen) als er geen beslissing tot doorverwijzing van het O.M. komt;  
  • De verjaringstermijn voor gerechtelijke herstelvorderingen en bestuurlijke herstelmaatregelen bij inbreuken vangt aan bij de eerste strafbare handeling of omissie;  
  • De gevorderde meerwaarde (als gerechtelijke herstelmaatregel) kan door de rechter op verzoek én ambtshalve gematigd worden in verhouding tot de schade aan de goede ruimtelijke ordening. De minister kan dit ook op verzoek én ambtshalve doen bij beroepen tegen de meerwaarde in geval van bestuurlijke maatregelen; 
  • Bestuurlijke maatregelen inzake last onder dwangsom en bestuursdwang kunnen enkel worden opgelegd voor feiten die zijn gepleegd nà de inwerkingtreding van het Handhavingsdecreet;  
  • Bij dwangsombeslissingen wordt er bevoegdheid gegeven aan de gedelegeerde van de Vlaamse Regering of het College van Burgemeester of Schepenen om tijdelijk of definitief af te zien van verdere inning van een opeisbare dwangsom. De Hoge Raad krijgt een adviserende rol;  
  • De Hoge Raad krijgt ook adviesbevoegdheid over de herstelmaatregel bij de beroepen tegen bestuurlijke maatregelen van last onder dwangsom of bestuursdwang;  
  • De mogelijkheid tot vrijwillige en gerechtelijke bemiddeling bij de Hoge Raad is behouden. 

Terug