Logo Vlaamse Overheid en Ruimtelijke Ordening

13. ‘Zorgwonen zonder zorgen’ 

VCRO 4.1.1, 18°; 4.2.4, §1; 4.4.1, §2, 2°, 4.4.12 t.e.m. 4.4.15; 4.4.21, 4° 

Het wijzigingsdecreet verfijnt de definitie van zorgwonen. Er zijn twee inhoudelijke wijzigingen: 

In de eerste plaats wordt duidelijk bepaald dat de zorgwoning gebeurt met het oog op het huisvesten van ten hoogste twee personen, waarvan tenminste één persoon 65+ of hulpbehoevend is. Hierdoor kan bijvoorbeeld de partner van de oudere of hulpbehoevende mee inwonen, zonder dat deze zelf oudere of hulpbehoevende moet zijn.  

In de tweede plaats wordt ingeschreven dat de kinderen ten laste van de hulpbehoevende persoon niet moeten worden meegerekend bij het bepalen van het maximum van twee personen.  

Daarnaast maakt het wijzigingsdecreet het uitdrukkelijk mogelijk een zorgwoning te creëren in zonevreemde woningen en in woningen binnen verkavelingsvoorschriften die bijkomende woongelegenheden verbieden.  
Dit was altijd de bedoeling, maar er was een verschillende interpretatie mogelijk. 

De creatie van een zorgwoning is voortaan altijd meldingsplichtig, ongeacht of er al dan niet vergunningsplichtige handelingen gebeuren.  
De gemeente kan op deze wijze beoordelen of de gemelde handeling daadwerkelijk meldingsplichtig is en niet verboden is. Deze meldingsplicht zorgt ervoor dat de inschrijvingen in het bevolkingsregister duidelijker kunnen verlopen en dat de gemeente kan controleren of de woningkwaliteit gegarandeerd wordt. 

Het effectief bewonen door de hulpbehoevende (of de 65 plusser) moet binnen de twee jaar na datum van de meldingsakte gebeuren, anders vervalt de meldingsakte. 

Het stopzetten van het zorgwonen moet eveneens gemeld worden. 

De regeling is van toepassing 10 dagen na de publicatie van het wijzigingsdecreet van 8 december 2017, ook op lopende dossiers. Er is geen uitvoeringsbesluit nodig. 

Terug