Logo Vlaamse Overheid en Ruimtelijke Ordening

UITTREKSEL UIT DE Wet van 10 april 1841 op de buurtwegen

gew. wet 20/5/1863   b.s. 22/5/1863
gew. wet 9/8/1948   b.s.
gew. dec. 4/4/2014   b.s. 10/4/2014

NB Een stuk van deze tekst dateert nog uit 1841 en is dus een niet-officiële vertaling.

 

Hoofdstuk III. Opening, afschaffing, wijziging en verlegging van buurtwegen

Art. 27. De gemeenteraden zijn gehouden om, ten verzoeke van de deputatie van de provinciale raad, te beraadslagen over de opening, de afschaffing, de wijziging of de verlegging van een buurtweg en eventueel het bijhorende ontwerp van rooilijnplan.

In geval van weigering te beraadslagen of de nodige maatregelen te nemen, is de deputatie bevoegd om, behoudens 's Konings goedkeuring, van ambtswege de aanleg der werken en de aankopen te bevelen, en in de uitgaven te voorzien, mits inachtneming van de voorschriften van het voorgaande hoofdstuk.

Art. 28. Het voornemen tot opening, afschaffing, wijziging of verlegging van een buurtweg wordt onderworpen aan een openbaar onderzoek. Met behoud van de toepassing van artikel 27, eerste lid, stelt de gemeenteraad hiertoe een ontwerp van rooilijnplan vast dat onderworpen wordt aan onderstaande procedure, behoudens in het geval van een afschaffing.

De beraadslagingen der gemeenteraden worden onderworpen aan de bestendige deputatie van de provinciale raad, welke beslist binnen de 90 dagen na ontvangst van de beraadslaging van de gemeenteraad, behoudens beroep bij de Koning vanwege de gemeente of van de belanghebbende derden.

Bij ontstentenis van een tijdige beslissing van de deputatie kan de gemeente beroep instellen tegen het uitblijven van de beslissing.

De beslissingen van de deputatie worden bekendgemaakt door de colleges van burgemeester en schepenen, van de zondag af na dezelver ontvangst en blijven gedurende acht dagen aangeplakt.

Het beroep bij de Koning schorst de beslissingen. Het moet uitgeoefend en aan de gouverneur overgemaakt worden, binnen de vijftien dagen volgende op de in vorige paragraaf vermelde bekendmaking.

Art. 28bis. [...]

Art. 29. In geval van verlating of van wijziging in de richting van het geheel of een gedeelte van de buurtweg, zullen de aangelanden van het stuk dat buiten gebruik geraakt is, gedurende zes maanden te rekenen van de bekendmaking door het college van burgemeester en schepenen van het besluit inhoudende de goedkeuring van de wijziging of van de afschaffing, het recht hebben om zich te doen machtigen om in volle eigendom te beschikken over de grond die vrij geworden is, mits zich te verbinden tot de betaling, naar de begroting van deskundigen, hetzij van de eigendom, hetzij van de meerwaarde in het geval waarin zij eigenaars van de grond mochten zijn.

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 20 juni 2014 tot vaststelling van nadere regels voor de organisatie van het openbaar onderzoek inzake buurtwegen

bvr 20/6/2014   b.s. 14/8/2014

Artikel 1. §1. Het openbaar onderzoek, vermeld in artikel 28 van de wet van 10 april 1841 op de buurtwegen, wordt gehouden volgens de bepalingen, vermeld in paragraaf 2 tot en met 7.

§2. De gemeenteraad beraadslaagt naargelang het geval over:
1° het voornemen om een buurtweg te openen, te wijzigen of te  verleggen, met inbegrip van de vaststelling van een rooilijnplan ;
2° de vaststelling van een rooilijnplan voor een bestaande buurtweg;
3° het voornemen om een buurtweg af te schaffen.

Als de beraadslaging, vermeld in het eerste lid, een rooilijnplan omvat, stelt de gemeenteraad een ontwerp gemeentelijk rooilijnplan voorlopig vast.

In de gevallen, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, bevat het rooilijnplan minstens de getroffen percelen, alsook de actuele en toekomstige rooilijn. In het geval, vermeld in het eerste lid, 3°, bevat de beraadslaging een plan van de buurtweg die de gemeenteraad wil afschaffen.

§3. Het college van burgemeester en schepenen onderwerpt de beraadslaging, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, en, in voorkomend geval, het ontwerp van gemeentelijk rooilijnplan aan een openbaar onderzoek dat binnen dertig dagen na de beraadslaging minstens wordt aangekondigd door:
1° aanplakking aan het gemeentehuis en ter plaatse, minstens aan het begin- en eindpunt van het nieuwe, te wijzigen of af te schaffen wegdeel;
2° een bericht op de website van de gemeente of in het gemeentelijk infoblad;
3° een bericht in het Belgisch Staatsblad;
4° in voorkomend geval, een afzonderlijke mededeling, met een aangetekende brief in hun woonplaats, aan de eigenaars van de percelen die zich bevinden in het ontwerp van rooilijnplan;
5° in voorkomend geval, een afzonderlijke mededeling, met een aangetekende brief in hun woonplaats, aan de eigenaars van percelen die palen aan de af te schaffen buurtweg;
6° een afzonderlijke mededeling aan de deputatie.

De aankondiging, vermeld in het eerste lid, vermeldt minstens:
1° waar de beraadslaging en, in voorkomend geval, het ontwerp van gemeentelijk rooilijnplan ter inzage ligt;
2° de begin- en einddatum van het openbaar onderzoek;
3° het adres waar de opmerkingen en bezwaren naartoe gestuurd moeten worden of kunnen worden afgegeven, en de te volgen formaliteiten.

§4. Na de aankondiging worden de beraadslaging en, in voorkomend geval, het ontwerp van gemeentelijk rooilijnplan gedurende dertig dagen ter inzage gelegd in het gemeentehuis.

Opmerkingen en bezwaren worden uiterlijk de laatste dag van het openbaar onderzoek naar de gemeente verstuurd met een aangetekende brief of afgegeven tegen ontvangstbewijs.

§5. De gemeenteraad beraadslaagt definitief binnen zestig dagen na het einde van het openbaar onderzoek en stelt in voorkomend geval het gemeentelijk rooilijnplan definitief vast.

Bij de definitieve beraadslaging en, in voorkomend geval, de definitieve vaststelling van het rooilijnplan kunnen ten opzichte van de voorlopige beraadslaging en, in voorkomend geval, het voorlopig vastgestelde plan alleen wijzigingen worden aangebracht die gebaseerd zijn op of voortvloeien uit de bezwaren en opmerkingen die geformuleerd zijn tijdens het openbaar onderzoek.

De definitieve beraadslaging en, in voorkomend geval, het definitief vastgestelde rooilijnplan kunnen geen betrekking hebben op delen van het grondgebied die niet opgenomen zijn in de voorlopige beraadslaging of, in voorkomend geval, in het voorlopig vastgestelde rooilijnplan.

§6. Als gelijktijdig met de beraadslaging en het rooilijnplan een onteigeningsplan wordt opgemaakt, wordt het onteigeningsplan onderworpen aan het openbaar onderzoek dat georganiseerd wordt over de beraadslaging en het rooilijnplan.

§7. De definitieve beraadslaging en, in voorkomend geval, het definitief vastgestelde rooilijnplan worden aan de deputatie bezorgd.

Art. 2. Dit besluit is slechts van toepassing op de openbare onderzoeken die georganiseerd worden over beraadslagingen die plaats hebben na de inwerkingtreding van dit besluit.

Art. 3. De Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening, is belast met de uitvoering van dit besluit.

 

Toelichtende nota

dd. 1/7/2014

Klik hier voor dit document.