Logo Vlaamse Overheid en Ruimtelijke Ordening

Regelgeving

De ontwikkeling van dit uitwisselplatform vloeit voort uit het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, vervangen door de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 1 september 2009. Het uitwisselplatform en de bijhorende technische richtlijnen zijn  bovendien conform het decreet van 20 februari 2009 betreffende de Geografische Data-Infrastructuur.

Relatie met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO)

Het Decreet op de Ruimtelijke Ordening van 18 mei 1999 bepaalde dat het vroegere (uit de Stedenbouwwet van 1962 afkomstige) systeem van gewestplan(wijziging)en en algemene en bijzondere plannen van aanleg (BPA’s) vervangen werd door ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP). Dit principe werd terug opgenomen in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 1 september 2009. Deze verordenende plannen worden opgemaakt om uitvoering te geven aan de ruimtelijke structuurplannen en worden bijgevolg steeds opgemaakt vertrekkende vanuit de beleidsvisie bepaald in een ruimtelijk structuurplan. Deze laatste zijn strategische beleidsplannen die voor een bepaalde plantermijn aangeven hoe de ruimte van het betrokken grondgebied ontwikkeld en beheerd zal worden. Een RUP bevat elementen van bestemming, inrichting en beheer. Deze informatie zit vervat in stedenbouwkundige voorschriften die van toepassing zijn op een stuk grondgebied en bijgevolg een ruimtelijk aspect hebben (al dan niet perceelsgebonden). Volgens de VCRO worden er RUP opgemaakt op gewestelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau (art2.2.1). Artikels 2.2.2 tot 2.25 zetten de inhoudelijke en formele vereisten voor de opmaak van deze plannen uiteen.

Uit deze plannen kunnen (financiële) instrumenten voortvloeien, zoals planbaten en rechten van voorkoop RO. Deze noemen we in deze context “planafgeleiden” en zijn altijd gekoppeld aan het eigenlijke plan. Artikel 2.2.2. §1 7° van de VCRO bepaalt dat een RUP / BPA een register moet bevatten, al dan niet grafisch, van percelen waarop een bestemmingswijziging wordt doorgevoerd die kan aanleiding geven tot een planschadevergoeding, een planbatenheffing of een bestemmingswijzigingscompensatie. Specifiek voor de planbatenheffing stelt artikel 2.6.13. §1. ook nog het volgende: "Het departement verzamelt, ontsluit en beheert voormelde gegevens in een geoloket planbaten. De initiërende overheden en de betrokken instanties leveren, elk voor wat hun verantwoordelijkheid betreft, de gegevens digitaal aan overeenkomstig de technische richtlijnen van het departement.” Artikel 2.4.1. stelt dat er bij de verwezenlijking van een ruimtelijk uitvoeringsplan door sommige instanties een recht van voorkoop kan uitgeoefend worden bij de verkoop van een onroerend goed dat gelegen is in die zones die in het definitief vastgestelde ruimtelijk uitvoeringsplan als zones waar het voorkooprecht geldt, worden aangeduid. In deze context dient de overheid die het ruimtelijk uitvoeringsplan vaststelt waarin een zone wordt aangegeven waar een voorkooprecht geldt, ook gegevens uit te wisselen conform de overdrachtspecificaties, opgesteld door AGIV in samenwerking met het departement Ruimte Vlaanderen.

Volgens artikel 5.1.1. §2 van de VCRO is elke gemeente verplicht een plannenregister op te maken, te actualiseren, ter inzage te leggen en er uittreksels uit af te leveren volgens nadere regels te bepalen door de Vlaamse regering. Het besluit van de Vlaamse Regering van 5 mei 2000, laatst gewijzigd via BVR van 5/6/2009, bepaalt nadere regels voor de opmaak en de actualisering van het plannenregister. Aansluitend op dit uitvoeringsbesluit werden in de loop der jaren een aantal technische richtlijnen en aanbevelingen opgesteld om de opmaak van de plannenregisters te harmoniseren. De technische richtlijnen voor uitwisseling die gepaard gaan met dit uitwisselplatform vervangen op gefaseerde wijze alle vroegere richtlijnen hieromtrent. Voor meer details hierover, raadpleeg de rubriek 'inwerkintreding'. 

Relatie met het decreet GDI-Vlaanderen

Het decreet van 20 februari 2009 betreffende de Geografische Data-Infrastructuur Vlaanderen vervangt het decreet houdende het Geografisch Informatie Systeem Vlaanderen van 17 juli 2000, maar heeft nog steeds als doelstelling het gebruik van geografische informatie in Vlaanderen te optimaliseren. Om dit te realiseren moet de uitwisselbaarheid en het gemeenschappelijke gebruik van digitale geografische gegevens gestimuleerd worden. Om digitale gegevens efficiënt met elkaar te kunnen combineren, moet een grote syntactische (verschillen in type databank, formaat, codering etc.) en semantische (verschillen in definitie, domein, datamodel etc.) verscheidenheid overwonnen worden. Dit uitwisselplatform en de bijhorende technische richtlijnen hebben als doel een efficiënte uitwisselbaarheid en integratie van ruimtelijke plannen en verordeningen vanuit de verschillende bestuursniveaus te stimuleren, en kadert bijgevolg perfect binnen de doelstellingen van het GDI-decreet.