Logo Vlaamse Overheid en Ruimtelijke Ordening

Situering

De ontwikkeling van dit uitwisselplatform kadert binnen de operationalisering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 1 september 2009 en het decreet van 20 februari 2009 betreffende de Geografische Data-Infrastructuur. Deze voorziening standaardiseert de manier waarop het Vlaamse gewest, de provincies en de gemeenten hun ruimtelijke verordenende plannen en verordeningen digitaal moeten uitwisselen, waarbij ook gebruik gemaakt wordt van geografische informatiesystemen (GIS). Het doel is de uitwisseling en het gemeenschappelijk gebruik van de betrokken digitale (geo)gegevens verder te optimaliseren. Uiteindelijk profiteren alle overheidsdiensten, evenals bedrijven en burgers daarvan.

Het werken met digitale gegevens biedt tal van voordelen. Naast de meerwaarde voor het leefmilieu (minder papier), en de makkelijkere archivering, zijn er ook specifieke redenen om de betrokken informatie digitaal uit te wisselen. De digitalisering, en vooral de inzet van GIS hierbij, heeft als voordeel dat de gebieden waar de voorschriften van toepassing zijn snel en makkelijk terug te vinden zijn. Dit biedt de overheden die plannen opmaken een vollediger plancontext, en begunstigt een efficiënter vergunningenbeleid. Bovendien bevordert dit de transparantie van het ruimtelijk beleid in het algemeen bijvoorbeeld omdat het mogelijk wordt dat ook een burger via internet de informatie kan raadplegen. Vervolgens maakt de inzet van GIS het mogelijk om tot complexe bevragingen en ruimtelijke analyse over te gaan door beschrijvende informatie te koppelen aan de geografische gegevens. Dit bevordert de monitoring en evaluatie van de kwantitatieve en kwalitatieve aspecten het Vlaamse, provinciale of lokale ruimtelijk beleid. De digitale bestanden kunnen eveneens ingezet worden in tal van toepassingen van beleidsvelden buiten de ruimtelijke ordening, en zelfs buiten de overheid.

Het uitwerken van dit soort voorziening is een evenwichtsoefening waarbij bepaalde keuzes moeten gemaakt worden, die de traagste overheidsinstantie moeten stimuleren zonder de snelste te veel af te remmen. Dit betekent dat niet altijd voor de meest innovatieve oplossing kan gekozen worden, ook al wordt innovatie wel steeds als streefdoel vooropgesteld. Dit is dan ook een oplossing die een continu beheer vergt, met het uitgangspunt de geldende werkwijze regelmatig te evalueren en bij te stellen telkens dit opportuun wordt geacht. Onderwerpen waarvoor er nu nog geen voldoende gedragen uitspraak kan gedaan worden, worden verder uitgewerkt en die elementen zullen dan worden geconcretiseerd in volgende versies van het uitwisselplatform en de bijhorende technische richtlijnen.