Logo Vlaamse Overheid en Ruimtelijke Ordening

Zoek een publicatie

Publicaties

Flexibel omgaan met leegstand in de grensregio Maasvallei

Bronverwijzing

Thewissen L., Ceulemans N., van de Weijer M. (2015) Flexibel omgaan met leegstand in de grensregio Maasvallei, uitgevoerd in opdracht Ruimte Vlaanderen. (rapport en bijlagen - groot bestand)

 

 

 

Samenvatting
Wat?

Met behulp van analyse en een inventarisatie van initiatieven geeft de studie een beeld van het instrumentarium dat ingezet kan worden om met leegstaand (woon)patrimonium om te gaan en dat voldoende flexibel is om hierbij met de onvoorspelbaarheid en onzekerheid van demografische en socio-economische ontwikkelingen om te kunnen gaan.
Het studiegebied omvat de grensregio van de Maasvallei. De studie kijkt over de landsgrens heen en neemt zo, naast de Vlaamse praktijk, ook de ervaring mee die onze Noorderburen rond de aanpak van leegstand opdeden in hun confrontatie met krimp in de Nederlandse regio Zuid-Limburg. 

Waarom?

Demografische en maatschappelijke ontwikkelingen, zoals onder meer vergrijzing en wijzigingen in huishoudenssamenstelling en bevolkingsomvang, hebben een belangrijke invloed op de eisen die aan het woonpatrimonium worden gesteld en aan de gebruiksvraag van het woonpatrimonium. Een woonpatrimonium dat niet of onvoldoende is aangepast aan deze ontwikkelingen heeft het risico op leegstand. Ook speculatie, een ongepaste locatie en planologische en ruimtelijke context kunnen oorzaken zijn van leegstand.
Hoewel een zekere graad van leegstand nodig is om de vastgoedmarkt te laten functioneren, wordt leegstand met tal van knelpunten, waaronder verwaarlozing en onderbenutting, geassocieerd. Structurele leegstand wordt dan ook als ongewenst beschouwd, doordat het kan leiden tot meer leegstand, een claim op de leefbaarheid van een gebied legt, tot economische schade kan leiden en niet valt te rijmen met een duurzaam en zuinig ruimtegebruik.

Resultaten

De studie biedt geen opsomming van kant-en-klare oplossingen. Wel is de studie een inspirerende analyse van mogelijke instrumenten die al naargelang de specifieke situatie gebiedsgericht en gebruiksgericht ingezet kunnen worden om met leegstaand (woon)patrimonium om te gaan. Zo toont de studie aan de hand van concrete initiatieven in de Maasvallei onder meer de kracht aan van monitoring en kennisdeling, van de koppeling van leegstandsregisters en place-making, de mogelijkheden en kansen van ‘stapsgewijze ontwikkeling’ en ‘tijdelijk ruimtegebruik’ en van bovenlokaal overleg en samenwerking.
De studie wil zo een inspiratiebron zijn voor beleidsmakers en maatschappelijke actoren betrokken bij de aanpak van leegstaand patrimonium.