Logo Vlaamse Overheid en Ruimtelijke Ordening

Zoek een publicatie

Publicaties

Kritische Massa

Bronverwijzing

van Meeteren, M., Boussauw, K., Sansen, J., Storme, T., Louw, E., Meijers, E., De Vos, J., Derudder, B. & Witlox, F. (2015) Syntheserapport Kritische Massa, uitgevoerd in opdracht van Ruimte Vlaanderen.
(syntheserapport - verdiepingsrapport)

 

 

Samenvatting

Het achterliggend idee bij de studie naar ‘kritische massa’ is dat steden een drempelwaarde aan inwoners en arbeidsmarkt moeten hebben, een zekere kritische massa, om de schaalvoordelen van een economisch relevante metropool te bereiken. In hoeverre de stedelijke regio’s in het gebied ‘Metropolitaan Kerngebied’ (het centrale, meest verstedelijkte deel van Vlaanderen, ook wel ‘Vlaamse Ruit’) gezamenlijk over een voldoende kritische massa beschikken om te kunnen functioneren als een economisch performante stedelijke agglomeratie, nu en in de toekomst, was de overkoepelden hoofdvraag van dit onderzoek. Daarnaast was de vraag welke vorm van ruimtelijke ontwikkeling hieraan een bijdrage zou kunnen leveren.

De belangrijkste conclusies en aanbevelingen uit de studie zijn:

  • Vanuit economisch perspectief zijn grotere agglomeraties steeds ‘beter’: een grotere ‘pool’ zorgt voor een betere afstemming tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. De onderdrempel aan ‘massa’ lijkt 1,5 miljoen inwoners, terwijl een omvang van 2 miljoen inwoners duidelijk potentieel biedt tot een agglomeratie van betekenis. 
  • Echter, een economisch performante stedelijke agglomeratie moet niet enkel groot genoeg zijn, maar moet tegelijk ook voldoende compact zijn en zowel intern als extern goed geconnecteerd zijn. Willen we bovendien een hoge mate van leefbaarheid nastreven, dan is het erg belangrijk dat het systeem zo weinig mogelijk afhankelijk is van transport over de weg. 
  • Voor het Kerngebied worden deze minimumdrempels gehaald, wat samen met de goede connectiviteit voor een stuk verklaart waarom deze regio ook in internationale vergelijkingen erg goed scoort op het vlak van economische prestaties. 
  • Het belang van de as Antwerpen-Mechelen-Brussel als regionale woonmarkt en economische ontwikkelingsas kan niet onderschat worden. 
  • De woon- als arbeidsmarkt van Leuven maakt duidelijk deel uit van het centrale systeem, maar het statuut van Gent en de tussengebieden (zoals Sint-Niklaas, Aalst, Dendermonde) is minder duidelijk. De bestaande goede spoorverbindingen leveren een argument voor verdere ontwikkeling, zeker in termen van bijkomende woningen. Anderzijds zou een te ruime afbakening van het Metropolitaan Kerngebied kunnen leiden tot traditionele ontwikkeling aan een dichtheid die een stuk lager zal zijn dan wat duurzaam kan worden genoemd. 
  • Oplossing is dit te ondervangen met een gefaseerd ontwikkelingsbeleid voor het Kerngebied. Hierbij wordt eerst de as Antwerpen-Brussel geoptimaliseerd, waar in de twintigste-eeuwse gordels van Antwerpen en Brussel het aanbod aan woningen en jobs wordt versterkt in een compacte, op openbaar vervoer gerichte ontwikkeling. Op die manier kunnen bestaande agglomeratie-effecten gevaloriseerd worden. 
  • In een later stadium moet het Metropolitaan Kerngebied opgerekt worden, in het bijzonder richting Lokeren, Dendermonde en uiteindelijk ook Gent. Een dergelijk gefaseerd ontwikkelingsmodel oefent permanent druk uit op grond-, woon- en kantorenmarkten en levert daardoor een prikkel om hoogwaardiger, denser en efficiënter te ontwikkelen
Volgende rapport kan u ook interesseren

Topvoorzieningen