Logo Vlaamse Overheid en Ruimtelijke Ordening

Projectvergaderingen

Artikel 6. Besluit omgevingsvergunning 

Met behoud van de mogelijkheid van informeel vooroverleg kan een initiatiefnemer de bevoegde overheid verzoeken een projectvergadering te organiseren voor projecten of voor veranderingen aan projecten waarvoor, als ze het voorwerp zouden uitmaken van een vergunningsaanvraag, het advies van de POVC of de GOVC vereist is, met uitzondering van de projecten of veranderingen aan projecten waarvoor het advies van de POVC alleen vereist is omdat de aanvraag een indelingsrubriek omvat die in de vierde kolom van de indelingslijst met de letter A is aangeduid.

Voor de projecten of veranderingen aan projecten waarvoor de toepassing is vereist van artikel 3, § 3, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 mei 2000 tot aanwijzing van de handelingen in de zin van artikel 4.1.1, 5°, artikel 4.4.7, § 2, en artikel 4.7.1, § 2, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en tot regeling van het vooroverleg met de Vlaamse Bouwmeester, kan de bevoegde overheid, op verzoek van de initiatiefnemer, beslissen om een projectvergadering te houden.

Artikel 7. 

§ 1. Het verzoek om een projectvergadering wordt ingediend met een beveiligde zending bij de overheid die conform artikel 15 van het decreet van 25 april 2014 bevoegd is voor de vergunningsaanvraag.

§ 2. Bij een verzoek om een projectvergadering wordt een projectstudie gevoegd.

De projectstudie omvat ten minste :
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de initiatiefnemer;
2° een omschrijving van het project of de verandering eraan;
3° de ligging en de beschrijving van de gronden waarop het project betrekking heeft;
4° in voorkomend geval en als ze al bekend zijn, de indelingsrubrieken die op de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit van toepassing zullen zijn;
5° een omschrijving van de ruimtelijke uitwerking van het project of de verandering eraan;
6° in voorkomend geval een omschrijving van de mogelijke hinder en risico's die de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit voor mens en leefmilieu zou kunnen veroorzaken.

§ 3. De initiatiefnemer vermeldt in zijn verzoek de contactgegevens van eventuele derde-belanghebbenden van wie hij het wenselijk acht dat ze voor de projectvergadering worden uitgenodigd.

 

Artikel 8. 

§ 1. Het bevoegde bestuur is belast met de organisatie van een projectvergadering met :
1° de adviesinstanties, vermeld in artikel 35 en 37;
2° het adviserend schepencollege;
3° de afdeling, bevoegd voor veiligheids- en milieueffectrapportage, in geval van :
a) een project of een verandering daaraan, als vermeld in bijlage I of II van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 houdende vaststelling van de categorieën van projecten onderworpen aan milieueffectrapportage;
b) een project waarvoor een OVR moet worden opgesteld.

De vergadering wordt gehouden binnen een termijn van zestig dagen na de datum van ontvangst van het verzoek om een projectvergadering.

Het bevoegde bestuur stelt het verzoek en de projectstudie uiterlijk dertig dagen voor de datum van de projectvergadering ter beschikking van de adviesinstanties, het adviserend schepencollege en, in voorkomend geval, de afdeling, bevoegd voor veiligheids- en milieueffectrapportage.

§ 2. Op basis van de elementen die zijn opgenomen in de projectstudie, vermeld in artikel 7, § 2, formuleren de adviesinstanties, vermeld in artikel 35 en 37, uiterlijk op het moment van de projectvergadering hun opmerkingen over het geplande project of de verandering eraan, en suggereren ze eventuele projectbijsturingen die ze nodig of nuttig achten.

§ 3. De derde-belanghebbenden die de bevoegde overheid met toepassing van artikel 8, derde lid, van het decreet van 25 april 2014 heeft uitgenodigd, worden gehoord.

§ 4. Van het overleg wordt een ontwerp van verslag opgesteld.

Het bevoegde bestuur stelt het ontwerp van verslag binnen een termijn van dertig dagen na de projectvergadering ter beschikking van :
1° de initiatiefnemer;
2° de adviesinstanties, vermeld in artikel 35 en 37;
3° het adviserend schepencollege;
4° de derde-belanghebbenden die aanwezig waren op de projectvergadering;
5° in voorkomend geval, de afdeling, bevoegd voor veiligheids- en milieueffectrapportage.

Alleen de personen en instanties die aanwezig waren op de projectvergadering, kunnen binnen een vervaltermijn van veertien dagen na de ontvangst van het ontwerp van verslag opmerkingen op het verslag bezorgen. De opmerkingen worden bij het verslag gevoegd. Het finale verslag wordt ter beschikking gesteld van de voormelde partijen.