Logo Vlaamse Overheid en Ruimtelijke Ordening

Zoek een publicatie

Publicaties

Ruimte voor de energietransitie

Op dit moment bestaat er een grote kloof tussen de vaak ambitieuze visies inzake energietransitie, en de operationele doelstellingen en acties op het terrein. LABO RUIMTE gaf de opdracht aan 3E en Architecture Workroom om – aan de hand van een reeks workshops met mogelijke cases voor Energiewijken – het kader voor de opstart van Pilootprojecten Energiewijken verder te concretiseren en te onderzoeken wat dit kan betekenen naar acties op het terrein. Het voorliggende rapport is het resultaat van die opdracht en schetst ook het bredere kader van het beleids- en leertraject dat nodig is om de opschaling en reproduceerbaarheid van Pilootprojecten te garanderen.   

Nood aan een aanpak op schaal van de wijk. Zowel de energietransitie als de transitie naar nieuwe woonmodellen vergen een aanpak op grotere schaal: de focus mag niet enkel liggen op de transformatie van de individuele woning, maar ook op een aanpak op wijkniveau. Nieuwbouw op greenfields is haast nergens nog een valabele aanpak. Net daarom is er nood aan verbeelding hoe je bestaande wijken vanuit energetisch oogpunt transformeert én er tegelijk toonbeelden van maakt voor duurzamer en kwaliteitsvoller verdicht wonen, met ruimte voor collectieve (energetische) installaties, met aandacht voor de groen-blauwe dooradering, een duurzamer mobiliteitsgedrag, een hechter sociaal weefsel, een betere luchtkwaliteit en andere duurzaamheidsaspecten. Die duurzame transformatie van onze wijken is een ruimtelijk en energetisch (ontwerp)vraagstuk, maar ook een sociaal, juridisch, financieel, vastgoed- en beheersvraagstuk waarvoor we draagvlak moeten vinden en nieuwe beleidsstrategieën en -instrumenten moeten ontwikkelen.   

Energiewijken. Om de energietransitie en de kwaliteitsvolle verdichting van het woonweefsel te vertalen naar concrete, collectieve renovatie- en vernieuwingsprojecten op bouwblok- of wijkniveau, lanceerden we het concept Energiewijken. Het (ver)bouwen aan Energiewijken is enerzijds een manier om de energietransitie op te delen in ‘behapbare opgaven’ op wijkniveau, anderzijds hebben we nood aan schaalvergroting en professionalisering om de reconversie van ons patrimonium op het niveau van het bouwblok of de wijk aan te pakken.  

In Vlaanderen wordt al volop geëxperimenteerd met het bouwen van duurzame nieuwbouwwijken, maar hebben we nagenoeg geen instrumenten voor de reconversie van bestaande wijken, die het belangrijkste deel van onze bebouwde omgeving en de toekomstige bouwopgave uitmaken.  

Transformatieprogramma Ruimte & Energie. Uit de gesprekken met diverse stakeholders die reeds aan de slag zijn in energieprojecten, blijkt dat er in lopende pilots en projecten vooral op vlak van technologische en organisatorische opgaven reeds successen geboekt worden, maar dat de integrale en inclusieve aanpak voor de transitie van een wijk binnen de huidige bestuurlijke en economische context een taai vraagstuk blijft. De participatiegraad in collectieve renovatieprojecten ligt vaak nog te laag, de betaalbaarheid voor kwetsbare groepen blijft een probleem en energie als ruimtelijke opgave zou nog beter ingebed moeten worden in stadsvernieuwing. Bovendien moet er ook meer diversiteit komen in energie-aanpak naargelang de ruimtelijke context, zowel de potenties voor energiebesparing als die voor hernieuwbare energieproductie zijn immers afhankelijk van de plek.   

De onderzoekers identificeren verschillende schaalniveaus en werkvelden waar op ingezet moet worden: 

  • Het opzetten van een test-platform voor Energiewijken pilots, waarbij de condities gecreëerd worden voor een diepgaandere en integrale energietransitie op wijkschaal, en waaruit lessen getrokken worden voor een latere vermenigvuldiging van energietransitie-projecten. 

  • De ontwikkeling van warmtezoneringskaarten op gemeentelijk niveau om Energiewijken en -projecten richting te geven. Warmte maakt immers een groot deel uit van ons energiegebruik, maar niet elke techniek is op elke plek pertinent en efficiënt. 

  • De ontwikkeling van energieregio’s – naar voorbeeld van de vervoerregio’s – omdat de kloof tussen gewestelijke energiedoelstellingen en lokale projecten erg groot is. De gewestelijke taakstelling kunnen we vertalen naar sub-regio's, naargelang hun energievraag, potentie voor hernieuwbare energie en hun specifieke ruimtelijke organisatie. Generieke Vlaamse doelen worden zo opgebroken in aangepaste regionale energie-doelen en -strategieën die als stimulerend en bindend kader functioneren voor lokale projecten en initiatieven. 

  • Ten slotte is een helder beleidskader Ruimte & Energie met duidelijke doelstellingen is onontbeerlijk om de energietransitie te doen slagen. Alleen met een robuuste langetermijnsvisie en een stappenplan met bindende tussenstappen ontstaat een klimaat waarbinnen de nodige samenwerkingen, investeringen en projecten geactiveerd en gerealiseerd worden. 

Lees de volledige studie.